Kerst, met de k van kneuterigheid

Het nieuws had u vast enige tijd geleden al bereikt: God is dood, en zelf ben ik daar allerminst rouwig om. De Heer is verdwenen in een zwart gat van het gesternte dat hij volgens zijn aanhangers millennialang heeft bestierd, en dus draait Kerstmis anno 2013 niet langer om de geboorte van zijn zoon. Dat betekent echter allerminst dat men dezer dagen geen plaatsvervanger kan bespeuren. Met Kerst richt een verbazingwekkend deel der denkende mensensoort zich tot een andere heiland in de hoop verlossing te vinden: die van de kneuterigheid, door Van Dale omschreven als ‘gezellig op een wat burgerlijke manier’.

Kijkt men om zich heen in de straten van gelijk welke stad, dan ziet men mensen die aan gezelligheid willen doen als betrof het een olympische sport. Nu denkt u misschien dat ik zure rimpels om mijn gedachten heb en zodoende gezelligheid schuw als ware het mentale botox. Mis poes: op trouwfeesten dans ik olijk de polonaise, in mijn bolide zing ik zonder schroom een duet met Frans Bauer, en net als hij geloof ik dat de mooiste dagen nog moeten komen. Alleen wil ik niet op commando aan gezelligheid doen, en dat is precies wat er met Kerst gebeurt: wanneer je in je woonkamer geen boom optuigt, eronder een karrenvracht cadeaus deponeert en een vijfsterrenmenu op tafel tovert, beschouwen de aanbidders der kneuterigheid je als een outsider die de boot van het ware leven heeft gemist.

Ik heb, geheel en al speciaal voor u, beste lezer, geprobeerd mijn afkeer te overwinnen: afgelopen weekend begaf ik me onder de kerstshoppende mensheid.

Eerst stapte ik binnen in een winkel waar men kerstdecoratie verkoopt. Een hoogzwangere vrouw en haar echtgenoot discussieerden over welke lichtjes ze zouden aankopen. Nadat ze vijf minuten verlamd naar het gigantische assortiment hadden gestaard, nam de vrouw een moedige beslissing. “Ja, die worden het,” zei ze opgelucht, “met het snoer van 27 meter.” De man begreep het niet goed: waarom zoveel lichtjes? “Het is voor buiten, schat. Als straks de baby komt, moeten we de wereld toch laten zien dat we een kerstekindje hebben? Trouwens, de buren hebben ook kerstversiering in de tuin.” De man knikte. Zijn vrouw betaalde. Terwijl ik naar buiten liep, ontdekte ik in de winkelrekken het bestaan van Luville, een miniatuurdorp waarvoor men tal van kerstfiguurtjes kan kopen, vast ter vervanging van de os en ezel in de christelijke stal. De beeldjes luisteren naar namen als ‘Dronken man met hond’, ‘Eend met jongen’, ‘Henk de koeienmelker’, ‘Marie schaatst met de hond’ en ‘De kerstman bij zijn brievenbus’.

Ik verliet met snelle tred Luville en trok naar de boekhandel, waar een man druk aan het telefoneren was. “Ja, wees gerust,” zei hij, “ik heb alle cadeaus gevonden. Ik ben blij dat het voorbij is. Het was echt lastig. Nu kunnen we met een gerust hart aan de vakantie beginnen. Alleen zonde dat het niet zal sneeuwen met kerst.” Bij de kassa zag ik mensen vooral boeken kopen die ons leren hoe we moeten koken, een moestuin aanleggen en knuffels breien. Alles verandert razendsnel, las ik in de krant, en daarom houden zovelen van dit soort huiselijke boeken: ze willen terug naar de gezelligheid van vroeger. Het zou een mooi verhaal zijn als het niet zo krampachtig leugenachtig was: ‘vroeger’ hadden mensen niet de luxe om aan ‘kerststress’ te lijden, noch de neiging om gezelligheid als vanzelf te vertalen in excessief koopgedrag.

Om te bekomen van de drukte ging ik een koffie drinken. De dames aan de tafel naast mij praatten over het diner dat ze met Kerst zouden bereiden. Josée had tien mensen te gast; Rita vijftien. Josée was duidelijk jaloers op Rita, want voor hoe meer mensen je met Kerst kan koken, hoe meer je stijgt in aanzien.

Toen ik thuiskwam, hingen gemeentewerkers in mijn straat de kerstverlichting op. Een van hen moet een knip in de verkeerde kabel hebben gegeven, want plots viel de elektriciteit in huis uit. Twee uur lang bleef het donker. Ik haalde kaarsen uit de kast. 25 december was nog op veilige afstand, we hadden het ongepland heel gezellig, en het had ons niets gekost.