Jairo Riedewald en het toppunt van geluk

Gistermiddag, kort na de wedstrijd Roda JC-Ajax, stonden Arno Vermeulen en Jairo Riedewald tegenover elkaar.
Tussen hen in gaapten zo’n zeventig centimeter en een stuk of wat werelden.

Riedewald had zojuist zijn competitiedebuut voor Ajax gemaakt en er voor de lol twee doelpunten bij gedaan. Hoger kun je als zeventienjarige in principe niet komen. Zelfs Justin Bieber zou vandaag nog zijn microfoon aan de wilgen hangen voor een bescheiden kansje op tien minuten speeltijd in Ajax 1. Weet ik zeker.

Voetbalvelden als reusachtige vijvers
De wereld van Jairo Riedewald was een middag lang af, een heel stadion wilde kleine hapjes van hem nemen, zijn voorbeelden kwamen hem bedanken en in de verte werd zijn naam gescandeerd.
Je hebt van die dagen… Waarschijnlijk was zijn vriendin juist gistermiddag op haar allermooist, en stroomden de douches in het Parkstad Limburg-stadion precies warm en precies hard genoeg.
Er valt voor Jairo Riedewald nog wel het nodige te bereiken, maar zo overweldigend, zo ontzettend groot als gistermiddag in Kerkrade zal het nooit meer worden. De winnende goal maken in een WK-finale misschien, maar zelfs als dat er ooit van komt – en wie twijfelt daar na gisteren nog aan – vermoed ik dat hij, als hij met de wereldcup over Russisch of Qatarees kunstgras rondsjouwt, zal denken: mooi. Heel mooi. Bijna net zo mooi als toen, in regenachtig, zondags Limburg.

Mooie dingen maak je genoeg mee, als jonge voetballer. De wereld is er voor jou om van te winnen, voetbalvelden overal op aarde strekken zich uit als reusachtige vijvers waar je naar hartelust steentjes in mag keilen.
Maar die eerste keer…

Van slag
Je neemt je voor om je door elk volgend succes weer zo te laten overspoelen, je te laten optillen en je op het strand van de realiteit te laten neerkwakken, maar zo werkt dat niet.
Alles went.
In het voetbal noemen ze dat ‘ervaring’. Routine.
Wie ervaren is, is nooit meer van iets onder de indruk. Wie ervaren is, heeft alles al eens meegemaakt.
Wie geroutineerd is, kijkt met vermoeide ogen naar de wereld. De ogen van Jairo Riedewald stonden gistermiddag nog helder – ze hebben nog te weinig succes gezien.
En toch schijnt het iets positiefs te zijn, ervaring.

Arno Vermeulen vroeg hoe hij zich voelde.
Jairo Riedewald antwoordde dat hij ‘een beetje van slag’ was.
Hij oogde niet erg van slag.
Maar hij was het.
Je kon alleen maar hopen dat hij het nog lang zou blijven. Van slag zijn na een mooie middag; dat is het toppunt van geluk.