Maar Johan Cruijff was toch de eerste met een ‘foute’ zaakwaarnemer?

Maandag haalde Johan Cruijff in zijn column in De Telegraaf uit naar de wildgroei in foute zaakwaarnemers. Die werpen zich steeds vroeger op voetballers van steeds jongere leeftijd. En maken ze gek met al dan niet te realiseren vooruitzichten bij een andere, bij voorkeur buitenlandse, club.

Intussen staat Ajax met zo goed als lege handen na jaren in scouting en opleiding te hebben geïnvesteerd. Die zaakwaarnemers verdienen er zelf uiteraard ook goed aan; je kunt aannemen dat dát hun enige drijfveer is.

Nu ben ik van een leeftijd dat ik ooit een Amsterdams straatjochie – ene Johan Cruijff, toen nog met spuuglok – zag debuteren bij Ajax. Hoewel op dat moment Feijenoord-fan, veranderde ik ogenblikkelijk van standpunt en werd de Ajax-fan die ik nog altijd ben. Ook was ik een groot fan van de voetballer Cruijff, maar over zijn huidige status en rol(len) ben ik wat minder enthousiast.

In zijn oordeel over zaakwaarnemers kijkt Cruijff met de blik van de clubhotemetoot die hij ooit zo verafschuwde. Cruijff lag als speler bij Ajax altijd met het bestuur overhoop, en bijna zonder uitzondering ging het om geld.

Toen Johan zijn vrouw Danny ontmoette, kreeg hij Danny’s vader erbij: ‘ome’ Cor Coster, een in de handel rijk geworden Amsterdammer met de mentaliteit van een straatvechter. Opeens was hij Cruijffs zaakwaarnemer, en er zullen vele momenten zijn geweest dat het Ajax-bestuur hem in de hel wenste.

In de ogen van het bestuur was Cor Coster ongetwijfeld een foute zaakwaarnemer, in de ogen van de spelers kwam hij dicht bij God.

Dat maakte Cruijff én Coster niks uit; het ging om de centen. En Coster kreeg voor zijn schoonzoon wat hij wilde.

Toen dat er niet meer in zat, bracht hij hem voor een – door Coster afgesproken gelimiteerde transfersom – naar Barcelona, waar hij toen ook al Ajax’ succestrainer Rinus Michels had ondergebracht, en kort daarbij Johan Neeskens. Die drie ex-Ajacieden verdienden in Spanje een veelvoud van wat ze in Amsterdam konden verdienen, en het Ajax-bestuur likte zijn wonden. Weer later behartigde Coster ook de belangen van de spelers van het Nederlands elftal in hun onderhandelingen met de KNVB. Ook daar gingen de vergoedingen voor interlands en de premies op de EK’s en WK’s fors omhoog. Weer was Cor Coster de kwaaie pier, maar de spelers liepen met hem weg.

Het is mooi dat Ajax nu zegt te beginnen met een kwalificatiesysteem voor jonge spelers. Dat moet al direct tot betere betalingen leiden als ze aantoonbaar succes en progressie boeken. We moeten het nog zien, want de toenmalige onderbetaling van Cruijff staat bij Ajax in een lange traditie van een scheef beloningsbeleid. Nog niet eens zo heel lang geleden kregen gekleurde spelers lagere salarissen. En werden talentvolle jongeren die niet over een getalenteerde zaakwaarnemer beschikten ook per definitie niet al te best betaald.

Het is betaald voetbal, er is vraag en aanbod. Maar ik moest gisteren toch even twee keer kijken toen ik zag dat juist Johan Cruijff een oorlog ontketent tegen de zaakwaarnemers.