Gastcolumnisten over het Sportjaar 2013: Nico Dijkshoorn

Een jaar lang heb ik als sportcolumnist van deze website zes maal per week iets over sport te berde gebracht. Tijd om tussen Kerst en Oud & Nieuw het woord te geven aan enkele illustere collega’s, die hun inzichten over het Sportjaar 2013 op mijn verzoek met u delen.

Het was het jaar van Epke. Dan kun je turnen iets voor onvolgroeide meisjes en jongens met kralenkettingen vinden, dan kun je de rekstok een onbegrijpelijk voorwerp vinden (“Ongelijke legger? Hoezo: ongelijke legger?! Leg die leggers dan recht! En waarom heet het eigenlijk legger? Ze leggen toch niet! Wat is er mis met ongelijke liggers? Of gewoon: “twee stokken”?! Het zijn toch twee stokken? “Epke gaat zo aan twee stokken hangen”. Prima. Ik heb sowieso een hekel aan ongelijkheid), maar het was het jaar van Epke.
Dat komt in de eerste plaats door z’n naam. Epke. Ik wist helemaal niet dat het een naam was, eerst. Ik dacht dat het een alternatief scheldwoord was van de Bond tegen het Vloeken: ‘Alle epkes nog aan toe!’ Of een bepaald soort schroefje waar je een groot type slee mee kunt repareren. ‘Ik heb nog twee epkes nodig voor de achterkant.’ ‘Waarom?’ ‘Dat weten weinig mensen, maar met een extra epke glijdt-ie gewoon beter.’

Scharensliep
Maar het was dus een naam, Epke. En dan ‘Zonderland’ er nog achteraan, alsof het allemaal al niet Schippers van de Kameleon-achtig genoeg was.
Epke Zonderland.
Hele werelden roept het op, zo’n naam. Ik noem maar wat:
‘Epke Zonderland, de oude scharensliep van Grou, die aan het begin van de 20e eeuw tweemaal daags bij alle adressen in Friesland aanbelde om te vragen of er nog iets geslepen moest worden. Hij racete door de provincie op een bakfiets die werd voortgetrokken door zes wilde paarden die hij van veulen af had ontmoet in de Friese Wouden en waar hij als jongen op had gereden dat het een lieve lust was. Zonder zadel natuurlijk. In zijn vrije tijd maakte Epke Zonderland gouaches, die mensen in de buurt toen nog gewoon schilderijen noemden, omdat ze natuurlijk geen idee hadden, in Grou, aan het begin van de 20e eeuw. Tegenwoordig staat er van Epke Zonderland een kleine buste in het Grous gemeentemuseum, vanwege zijn verdiensten voor het messenwezen in Friesland.
Meer informatie over Epke Zonderland is te vinden in het boek Uitstekend – Scherpe Fryske voorwerpen1873-1939, door Harm Huitjema.’

Kettingslot
Dat Epke Zonderland een 21e-eeuwse superman is, een blonde hulk, een glimlachend beest; dat weet je nu, met dank aan de ongelijke leggers.
Dit jaar werd Epke wereldkampioen. Ik heb die oefening een keer of vijftig teruggekeken. De eerste twintig keer met het geluid uit, maar langzamerhand werd ik zo enthousiast dat ik het zwakzinnige gebrul van de NOS-commentator begon te missen.
Het aardige van die oefening is dat Epke dezelfde geconcentreerde blik in zijn ogen heeft als ik wanneer ik mijn fiets op het kettingslot probeer te zetten. Terwijl hij door de lucht zweeft, houd ik de openingen van de twee kettinguiteinden zo precies mogelijk tegen elkaar en als hij een salto maakt, probeer ik het slotje door die openingen te prikken.
Het enige verschil is: ik moet vaak drie keer proberen voor m’n fiets op slot staat, bij Epke moet het in een keer goed. En bij mij staat Hans van Zetten niet te gillen alsof hij klem zit tussen twee ongelijke leggers.

Nog zoiets leuks: Epke doet tijdens zijn oefening zijn eigen vluchtelement, de ‘Epke’. Dat herken ik: ik doe ook wel eens de ‘Nico’ – dat is over een geheel schone straat lopen en dan net dat ene plakje stront in de wijde omgeving in je profielzool weten te drukken. Een moeilijke oefening, de ‘Nico’, maar als het lukt, is het schitterend om te zien.

Rail Away en piepers
Ik bewonder Epkes achteloosheid die maar geen arrogantie wordt. Zelden heb ik iemand zozeer de perfectie zien benaderen om daarna vriendelijk lachend antwoord te geven op vragen als “Wat ging er door je heen?” en “Ben je tevreden?” Een normale hulk zou na zo’n interview twee keer briesen en van zo’n vragensteller een paar ongelijke leggers maken, maar Epke knikt vriendelijk, alsof hij zelden een vraag heeft gehoord die zo goed doordringt tot de kern van zijn wezen. Hij is zo vriendelijk, dat het me niets zou verbazen als hij na zo’n wedstrijd op z’n fiets springt, onderweg halt houdt bij een tuincentrum voor een kerstboom met kluit voor z’n bejaarde overbuurvrouw Tante Flensje, en thuis met een pan piepers op de bank gaat zitten.
Tijdens het jassen kijkt hij naar ‘Rail Away’.
Dat lijkt hem nou mooi, reizen en dingen zien. Misschien als hij gestopt is met turnen – dan gaat hij iets zoeken waar hij geld voor kan vragen.