Een sportbh van de Aldi

Gisteren wandelde ik met een winkelkarretje door de Aldi. Ik liep er de echtgenote van een rijke en bekende heer uit mijn stad tegen het lijf, en zij bleek ook mij te kennen.

Vooraleer ze ongevraagd over haar ‘heerlijk eindejaarsreisje’ begon, kwam ze met een excuus voor haar aanwezigheid in de discountsupermarkt. “Het is crisis voor iedereen, hè,” lachte ze vergoelijkend. Ik begrijp niet waarom welgestelde mensen verschoning vragen voor een Aldi-bezoek: ik loop immers al lang genoeg op deez’ aarde rond om te weten dat ook zij simpelweg van goedkoop houden, al is zoiets toegeven vaak een stap te ver.

Neen, geef mij dan maar de klanten van Aldi die gewoon ontwapenend eerlijk zijn, zoals ik er gisteren eentje ontmoette. Op woensdag hebben ze bij Aldi ‘eenmalige aanbiedingen’, van smartphones via kinderkledij tot boormachines, en zelf vind ik het heerlijk om tussen die producten te snuisteren.

Zo bespeurde ik gisteren onder meer een ‘plooibaar opstapje’ (€4,99), een ‘massagepanty’ (€1,99), een ‘assortiment rondellen’ (€3,99), een ‘designbadkamerkraan (€29,99) en een ‘lederen pilotenkoffer’ (244,99). Niets wat me echt interesseerde, maar net toen ik wilde weggaan, hoorde ik iemand mijn naam roepen.
“Anneke!” Ik keek op. Twee oudere vrouwen begroetten mij met een brede glimlach. Ik kende hen niet, en omdat ik dacht dat het om een misverstand ging, duwde ik mijn kar verder. Nogmaals echter sprak de vrouw me aan.
“Anneke! Gij zijt toch Anneke, hè, de schrijfster?” Ik knikte. “Kunt ge mij met iets helpen?” Ze wees naar de stapel sportbeha’s waar zij en haar vriendin net in gerommeld hadden. “Zou je me wat raad kunnen geven in verband met mijn maat?”

U gelooft me vast meteen als ik u vertel dat mij in mijn hoedanigheid van schrijver zelden een vreemdere vraag werd gesteld. Ik probeerde snel mijn evenwicht te herstellen en keek naar de matentabel die boven de beha’s hing. De bejaarde dame had, zoals men in Vlaanderen zegt, niet bepaald een klein balkon, maar hoe kon ik haar beleefd meedelen dat ze dus beter de grootste maat kon nemen – en zelfs die misschien te klein zou zijn?

“Mevrouw, kunt u misschien niet eerst thuis kijken welke maat u heeft?”
“Goh, Anneke, ik weet het niet, en ik wil er echt nú eentje kiezen, want ge ziet, er zijn er al niet veel meer over. Ik kocht er hier vorig jaar een en ik vind ze zo gemakkelijk zitten. Ge moet eens voelen aan de stof. Zacht, hé?”
“Ik zou voor de zekerheid toch de grootste maat nemen, mevrouw.”
“Denkt ge? Je mag lingerie hier wel niet ruilen, hè, en er zijn geen pashokjes. Maar goed, het is maar 9,99 euro, en ik moet overleven van een klein pensioentje, dus meer mag het voor mij niet kosten. En” – ze knipoogde – “voor de mannen hoef ik op mijn leeftijd van boven niet meer zo chic te zijn, hè?”

De vrouw legde de beha tevreden in haar karretje. Ze bedankte me. Onze wegen scheidden zich. Waarschijnlijk vroeg ze me enkel advies omdat ik voor haar een bekend gezicht was, want tussen het schrijven van verhalen en het vakkundig bepalen van een cupmaat zie ik niet meteen een verband. Wie weet echter hoopte ze stiekem dat haar verhaal in een van mijn columns zou terechtkomen. Misschien hoopte ook de rijke vrouw aan het begin van dit verhaal dat, maar omdat ik het eerlijk toegeven van een laag pensioen verkies boven de leugenachtigheid van de crisis als excuus voor een Aldi-bezoek, heeft de sportbeha met verve het pleit om in deze tekst terecht te komen gewonnen.