Discussie over werkster en de dienstencheque hebben een hoog onzingehalte

Deze week namen de vakbond en in hun kielzog de media het op voor de werkster. Er werd een rapport over de positie van de werkster gepresenteerd dat in opdracht van de regering werd opgesteld. Want Nederland moet zich committeren aan internationale regels – het zal niet zo zijn – die werksters een veel betere rechtspositie moeten bezorgen, het zogenaamde ILO-verdrag 189.

In de discussie erover in de media worden feiten en fictie flink gemengd. En er wordt verwezen naar de Belgische situatie. Daar hebben ze ‘dienstencheques’.

In Nederland is er wat mij betreft een heel goede regel die stelt dat huishoudelijk personeel, mits niet langer dan drie dagen per week werkzaam, niet in loondienst is. Dat is niet hetzelfde als rechteloos.

Huishoudelijk personeel dat maar een aantal uren per week bij iemand werkt heeft niet de status van een reguliere werknemer en hoort die ook niet te hebben. Maar, voordat u mij verkeerd begrijpt, dat betekent niet dat we er gewoon netjes mee moeten omgaan. En dat doen we overwegend ook.

Vaak wordt verondersteld dat zo’n werkster ‘zwart’ werkt maar daar hoeft helemaal geen sprake van te zijn. Ook wordt verondersteld dat zo’n werkster doorgaans slecht behandeld wordt: slecht betaald en geen rechtspositie. Ik denk dat die veronderstelling overwegend onzin is.

Tijd voor de feiten.

Wie z’n werkster niet meer dan drie dagen per week oproept en het bruto minimum uurloon betaalt – ik ben overigens benieuwd wie daar in slaagt want het bruto-minimum uurloon bedraagt in Nederland € 8,57 – is volstrekt legaal bezig. Zo’n ‘werkgever’ heeft geen inhoudingsplicht en hoeft ook niets aan de belastingdienst af te dragen. Wel moet hij ook vakantiegeld betalen waarmee het bruto uurloon op € 9,26 komt en draait hij voor maximaal 6 weken doorbetaling van 70 procent van het brutoloon bij ziekte en doorbetaling van loon tijdens vakantie waarbij een werkster aanspraak heeft op jaarlijks 4 maal het aantal uren dat wekelijks gewerkt wordt.

Stel, uw werkster werkt wekelijks 6 uur bij u. Dan heeft ze recht op vier weken doorbetaalde vakantie. Zij kost u per jaar 52 maal 6 maal € 9,26 ofwel € 2.889,-. Omdat ze daarvoor maar 48 weken werkt, komt dat omgerekend op € 60,18 per dag, € 10,03 per uur.

Omdat u bij ziekte maximaal zes weken 70 procent moet doorbetalen, kan het u uiteindelijk wat meer per uur kosten want in dat geval werk de werkster in het ergste geval niet 48 maar 42 weken en krijgt ze 42 weken € 60,18 per week en zes weken € 42,13

Daarvoor ontvangt ze dan werkelijk €2.781,- per jaar en omgerekend per werkelijk gewerkt uur € 11,03.

Dat is uw absolute ergste scenario waarin u een werkster heeft die door vakantie en ziekte maximaal 10 weken zonder te werken voor uw rekening komt met een uitkomst die ruimschoots onder het gemiddelde ligt van wat mensen in mijn omgeving voor een werkster betalen.

U kunt de hele regeling hier nalezen, helemaal legaal en eerlijk.

Het kan natuurlijk zo zijn – het ís zelfs zo – dat heel veel mensen hun werkster niet op deze manier betalen maar gewoon elk uur betalen maar daarmee omgerekend volledig aan hun wettelijke verplichting voldoen als alles bij elkaar optelt.

Zelfs is het zo dat de meesten van ons denken dat ze een zwarte werkster hebben. Maar het is niet zo, zolang u ze rond een tientje per uur uitbetaald.En, zoals Ive Marx van de Universiteit van Antwerpen vandaag haarfijn in De Volkskrant uitlegt, is het Belgische systeem van dienstencheques weliswaar anders dan het Nederlandse. Maar om die reden nog niet beter. De positie van de werkster is er beter door dan in de Nederlandse regeling. Maar er wordt daar wel 2 miljard Overheidsgeld rondgepompt dat voor een belangrijk deel niet bij de werkster maar bij de werkgever terecht komt. Die mag de kosten van de dienstencheque, waarmee hij de werkster betaalt, van de belasting af trekken.

Dat zal ons in Nederland een zorg zijn, wij willen de werkster zelfs aanmerkelijk beter betalen dan het wettelijk voorgeschrevene. Als we de kosten mogen aftrekken.