Waarom ik zin heb in Eurosonic Noorderslag (en wat dat met demografie te maken heeft)

Ik geloof niet dat ik ergens voor in de wieg gelegd ben, maar mocht dat toch zo zijn, dan is het zeker niet voor de muziekjournalistiek. In het dorp waar ik opgroeide, dronk je bier en praatte je over voetbal.

Ik was achttien en ik kon heel veel vertellen over Romano Sion en Edwin Vurens, voor welke clubs ze hadden gespeeld en op welke posities en hoe vaak ze scoorden. Van The Jesus & Mary Chain en Joy Division had ik nog nooit gehoord. Slechts één keer had ik een band live zien spelen. Dat was The Spitfires, bekend van de hit Links van Varsseveld, waarvan de openingszin luidde: “Ik zal oe met de piele tegen de boks an slaan, dat oe de titten overend gaan staan.” Voor een muziekjournalist in spe bepaald geen stevig fundament.

Gewillige vrouwen
In de eerste maanden van mijn studie zag ik mijn tweede concert ooit, van het Vlaamse Vive la Fête. Ik was verkocht. Er volgde een grote ontdekkingsreis. Ik groef steeds dieper, maakte kennis met psychedelische krautrock, industriële hiphop, esoterische ambient. Ik voelde me als een schipbreukeling die na veertien maanden op open zee was aangespoeld op een eiland vol bloedmooie, gewillige vrouwen.

Na mijn afstuderen begroef ik mijn diploma in de sociale geografie onder de wilgen en stortte me vol overgave op de muziekjournalistiek. Aanvankelijk viel dat niet mee; het muziekblog Kindamuzik wees mijn sollicitatie als vrijwillig recensent zonder opgaaf van redenen af. Met de jaren kwam het succes. Je zou me eens moeten zien. Tweedehands Union Safari onder mijn kont en drie soorten tandpasta in de badkamer. Zo kan het lopen.

Circusshow
Dat concert van Vive la Fête was achteraf niet veel meer dan een circusshow vol clichématig effectbejag. Ik had dat indertijd niet door, was waarlijk verrast toen de band enkele minuten na afloop van het optreden terugkwam op het podium voor een toegift. Hoe meer concerten ik zag, hoe meer van dat soort standaardtrucs ik begon te herkennen. De setopbouw, de gebruikte gitaareffecten, de ingestudeerde publieksparticipatie, de ‘spontane’ jams; ik kan het inmiddels allemaal dromen. Dat heeft verstrekkende gevolgen. Zelfs bij de beste concerten ervaar ik tegenwoordig nauwelijks emotie, als een oorlogsveteraan die constateert dat de pindakaas op is.

Wanneer ik dit aan mensen vertel, krijg ik verbaasde blikken toegeworpen. Hoe kan je nou over muziek schrijven als je er geen absolute passie voor voelt?
Zo vreemd is dat niet. Een demograaf kan pagina’s lang uitweiden over het geboortecijfer van Honduras, zonder daarbij 2,4 boven 2,6 te verkiezen of andersom. Als hij dat mag, dan ik ook.

Eurosonic Noorderslag
De liefde voor muziek als kunstvorm heeft ondertussen plaatsgemaakt voor liefde voor the game. Daarom kijk ik enorm uit naar Eurosonic Noorderslag, het dubbelfestival dat vanaf woensdag het nieuwe muziekseizoen inluidt en waar de kaarten geschud worden. Daar gaan we zien of we met Circa Waves eindelijk de opvolger van The Libertines te pakken hebben, of dat het de zoveelste halfgeslaagde poging-tot blijkt. Stelt De Staat een plekje op Pinkpop veilig, of moeten ze zich opmaken voor een rol in de marge? Lost hooliganrapper Jebroer zijn belofte in en kan hij uitzien naar dertig boekingen op regionale festivals, of verpest hij het en gaat Adje er met de buit vandoor?

Ik ben hierin zo goed als onpartijdig. Adje of Jebroer is als 2,4 om 2,6.

Wel zou ik er zeer content mee zijn mocht The Spitfires eindelijk eens landelijk doorbreken.

(De foto komt van www.vivelafete.be)