Ik vertrek: Marianne en Erik beginnen een voetbalclub in Italië

We maken kennis met Marianne en Erik, twee gezellige veertigers uit Sassenheim. Marianne is administratief medewerkster bij een verzekeringsmaatschappij, Erik is datacontroller. Binnenkort gaan zij hun droom achterna en vertrekken naar Zuid-Italië.

Erik: ‘Ik denk dat we allebei al lang met deze droom rondliepen.’

Marianne: ‘Dat denk ik ook.’

Erik: ‘Je leeft maar 1 keer.’

Marianne: ‘Dat denk ik ook.’

Erik: ‘Dus toen die kans kwam, dachten we: dit moeten we doen!’

Marianne: ‘Dat dacht ik ook.’

Vandaag is een bijzondere dag: Erik heeft z’n laatste dag op het bedrijf waar hij al 21 jaar als datacontroller actief is. Zijn collega’s hebben een afscheidscadeau voor hem gekocht.

Erik: ‘Een poef! Dat vind ik nou echt geweldig. (tegen de camera) Ja, dan schiet je wel even vol, als je een poef krijgt. Het is toch een stukje afsluiting van 21 jaar datacontrollen, zo’n poef.’

Collega 1 (tegen de camera): ‘Ik vind het heel dapper dat ze het gaan proberen.’

Collega 2 (tegen de camera): ‘Als je een droom heb, moejje die naleven, vind ik. Als het een mooie droom is, tenminste.’

Collega 1 (tegen de camera): ‘Ik zou het nooit doen.’

Collega 2 (tegen de camera): ‘Ik ook niet.’

Collega 1 (tegen de camera): ‘Maar wel dapper.’

Erik: ‘Ik wil jullie graag allemaal heel erg bedanken voor de poef en alle mooie woorden, dat doet me echt wat. En we zien elkaar vast wel weer – jullie zijn allemaal uitgenodigd om te komen kijken als het af is! En ik proost op, op, op.. op mezelf.’

Collega’s: ‘Jeeeuuuhh.’

Marianne en Erik zijn aangekomen in hun nieuwe thuisland. Italië, land van pasta, pizza en goede wijn. Hier, in dit pittoreske dorpje in Calabria, hebben Marianne en Erik een voetbalclub gekocht.

Erik: ‘De oude eigenaar is bij een ongeluk om het leven gekomen.’

Marianne: ‘Nou ja, ongeluk… Hij is gestorven aan drie kogels in het hart.’

Erik: ‘Ik noem dat geen geluk, Marianne.’

Marianne: ‘Ik ook niet.’

Erik: ‘En nou hebben we dus deze prachtige voetbalclub.’

Normaal gesproken speelt de voetbalclub van Marianne en Erik in de Serie D, te vergelijken met de 1e Klasse amateurs in Nederland. Maar voorlopig speelt de club helemaal niet, want er is iets mis met de vergunningen – iets wat de zoon van de vorige eigenaar, signore Palazzi, zou regelen.

Erik: ‘Ik heb vandaag dus een afspraak met signore Palazzi – wat lastig is, want ik spreek nog niet echt vloeiend Italiaans en hij spreekt nauwelijks Engels. Maar met handen en voeten kom je een heel end, denk ik dan maar. Marianne blijft bij het stadion.’

Marianne: ‘Om eerlijk te zijn valt het me wel tegen wat er nog allemaal gedaan moet worden. Er is geen stromend water, de noordtribune staat op instorten en de trainer neemt z’n telefoon niet op.’

Marianne (aan de telefoon): ‘Bondzjorno? Hallo? Hallo?! Sinjore Belloni? Hallo? E Marianne, la famma Olandese dello kloep. Dove? Dove? Perche no training odzji? Today training? Hello? Ciao? Ciao?!’

Marianne (tegen de camera): ‘Ja, de verbinding is dus heel slecht hierzo, omdat je met al die heuvels in de omgeving zit. Maar ik heb er wel vertrouwen in dat het goed komt. De mensen zijn hier zo ontzettend lief.’

Erik (aan de telefoon): ‘Maar? Maar? Ha, Maar! Ik kom net van het kantoor van Palazzi, maar die was er helemaal niet. Z’n nichtje was er wel, die zei dat Palazzi in het buitenland zat en dat het niet duidelijk was hoe lang hij daar nog zou blijven. Hoe is-ie bij jou?’

Marianne (aan de telefoon): ‘Nou, ik kom net tot een beetje een stomme ontdekking: er is geen gras.’

Erik (aan de telefoon): ‘Geen gras? Palazzi had beloofd dat er gras zou zijn. We hebben betaald voor gras.’

Marianne (aan de telefoon): ‘Er is geen gras.’

Erik: ‘Shit happens.’

Marianne en Erik ontdekken de ene na het andere mankement aan hun pas aangeschafte voetbalclub. Twee nachten geleden nog is de noordtribune ingezakt. Bovendien blijven de Italiaanse voetbalbond en een belangenorganisatie voor immigranten die zichzelf Ndrangheta noemt, aandringen op nieuwe betalingen. Toch blijven ze positief en vol goede moed, ook al is het voetbalseizoen in volle gang en over drie dagen komen de eerste gasten.

Erik: ‘Het klinkt misschien heel gek, maar ik voel me hier al wel thuis.’

Marianne: ‘We hebben hier zelf voor gekozen.’

Erik: ‘En het leven gaat lekker langzaam.’

Marianne: ‘Iedereen doet alles op z’n eigen tempo, heerlijk.’

Erik: ‘De aannemer die de tribune zou repareren, die krijgen we dus al twee dagen niet te pakken. Die ligt waarschijnlijk ergens te slapen. Prachtig toch?’

Marianne: ‘Het is natuurlijk niet ideaal om het nieuwe seizoen met maar vijf spelers in te gaan, maar door een kleine budgetoverschrijding hebben we niet echt geld voor nieuwe aankopen.’

Erik: ‘Je ziet jezelf natuurlijk al zitten: skybox, mooi pak aan, in een Champions League-wedstrijd. Maar alle begin is moeilijk. Al hebben we al vier reserveringen. Dat is boven verwachting.’

Marianne: ‘Maar nog geen gras.’

Erik: ‘Wat vandaag niet komt, komt morgen wel.’

Marianne: ‘En wat morgen niet komt, komt dan vast overmorgen.’

Erik: ‘Zie je? We worden al echte Calabrezen.’