Joost Zwagerman: de Amerikaanse vriend

Aan de vooravond van de grote reorganisatie van de Weekbladpersgroep werd de eerste van de honderd aangekondigde transfers bekend. Lex Jansen, uitgever van De Arbeiderspers, vertrekt naar Frankrijk, waar hij voor zichzelf gaat beginnen. Op de presentatie van Americana van Joost Zwagerman, in het deftige John Adams Institute, leek er geen vuiltje aan de lucht. Tout Amsterdam plus een enkele Haarlemmer was naar het voormalige West-Indisch Huis gekomen, op wat het laatste feestje van Lex Jansen als AP-gastheer en -hotemetoot zou zijn.

Joost Zwagerman was vlak daarvoor het middelpunt geweest van een heus persrelletje. Het Amsterdamse studentenblad Propria Cures kwam met het amusante bericht dat de Zwagerman met succes een beroep had gedaan op de vleespotten van het Letterenfonds. Hij zou daarbij een beurs van 60.000 euro hebben verworven, wat nogal opmerkelijk is, omdat de successchrijver nog niet zo lang daarvoor een herenhuis in Haarlem zou hebben gekocht. Een en ander betaald uit de opbrengst van een huis in Amsterdam-Zuid, dat ten behoeve van zijn echtscheiding zou zijn verkocht.

milieus2Gelukkig was het allemaal een misverstand, zo had Zwagerman de pers bezworen. De helft van de opbrengst van het Amsterdamse huis was immers bedoeld als alimentatie. De voormalige mevrouw Zwagerman was dan ook zo’n beetje de enige muze die op het feestje ontbrak. De kindertjes Zwagerman waren er, en ook de ouders van de schrijver waren present. Zelfs Jessica Durlacher was gekomen, de vrouw die ooit de avances van Joost versmaadde en in plaats daarvan voor een andere succesauteur koos. De 60.000 euro van het Letterfonds zou trouwens ook geheel volgens het boekje zijn, wat dacht men nou.

De accountant van Zwagerman wist het zeker: zijn cliënt had fiscaal gezien niet meer dan een tientje verdiend in het lopende boekjaar. En dat de nieuwe mevrouw Zwagerman bij datzelfde Letterfonds werkzaam was – daar moest niemand iets achter zoeken. Praktisch gesproken was dat engagement van Zwagermans nieuwe verloofde zelfs nadelig, want het publiek zou er misschien iets achter zoeken, waardoor de beslissers binnen het Letterenfonds geneigd zouden zijn negatief te adviseren. Eigenlijk, zo redeneerde Zwagerman onnavolgbaar, was het eerder een ramp dat zijn nieuwe vriendin bij die Letterenclub werkte. Je zou bijna de schrijvers gaan benijden die hun concubines van elders betrokken.

En zo was het, maar nu was het feest. Alkmaars beroemdste zoon was in Amsterdam en hij had heel Amerika op de kaart gezet. En de gastenlijst was onberispelijk. Men was progressief, of deftig, en het liefst allebei. Haarlem had Jaap Pop afgevaardigd, een voormalige PvdA-burgemeester. De Weekbladpersgroep was er in de persoon van CEO Koen Clement, die zijn lijst met honderd ontslagen nog even op zak kon houden. Vrij Nederland had Carel Peeters naar voren geschoven, en namens De Correspondent was Femke Halsema present. En uit Umbrië was olijfolieboer Jan Cremer ingevlogen. Niemand minder dan Peter Buwalda hield een toespraak, en de enige geletterde Godfather van betekenis die gemist werd, was Matthijs van Nieuwkerk. Maar er moet iets te verlangen blijven./

Deze bijdrage is onderdeel van de rubriek Milieus van Jan Zandbergen, en was te lezen in ons winternummerDe onderwerpen van ons huidige nummer vindt u hier, een voordelig (proef)abonnement afsluiten kan hier.

Propria Cures rectificeerde onlangs het door Zandbergen aangehaalde artikel omdat er feitelijke onjuistheden in stonden.

Meer leuke content? Like ons op Facebook