Manon Uphoff leest: Gogol, Burgess en Andersen

Schrijvers lezen ook. Maar wat lezen ze eigenlijk? In navolging van Ernest Hemingway geven twintig vooraanstaande Nederlandse en Vlaamse literatoren een klein college literatuur. Wat moeten we absoluut gelezen hebben, en waarom? Deze week: Manon Uphoff.

Manon Uphoff (1962) debuteerde in 1995 met de verhalenbundel Begeerte, welk onder meer werd genomineerd voor de AKO Literatuurprijs. Haar eerste roman Gemis (1997) werd genomineerd voor de Libris Literatuur Prijs. In 2002 ontving zij als eerste de C.C.S. Croneprijs voor haar gehele oeuvre, in 2012 de Opzij Literatuurprijs voor De ochtend valt. Haar meest recente werk dateert van vorig jaar: De zoetheid van geweld.

/Nachtkastje
Op de nachttafel naast mij slapeloosheidsbed (in mijn werkkamer) ligt altijd een stapeltje boeken. Op dit moment: May we be forgiven van A.M. Homes (nog niet in gelezen), Edda van Snorri Sturluson en de nieuwe vertaling van De Idioot van Dostojevski. (Ik weet het, het klinkt als een heel zwaar boek, het is juist heel levendig.)

/De Grote Drie
Wat zijn volgens u de drie beste romans ooit geschreven, en waarom?

> Verzamelde werken – Nikolaj Gogol.
Omdat zijn werk aards en vergeestelijkt is, omdat zijn werk zinnelijk en waanzinnig is, omdat de taal alle kanten oploopt, omdat het een genereuze schrijver is, omdat zijn werk schrik en spel bevat, omdat ik me bij geen enkele zin verveel, omdat hij zowel wijdlopig als beknopt is, omdat de doden er in- en uitlopen en net zo bij de wereld horen als de levenden, omdat het werk barst van het leven en tegelijk vol onrust zit. Wat ik van dit boek heb geleerd: dat je stukjes chaos kunt oppakken, zowel binnen als buiten jezelf, en daardoor patronen kunt leggen. Grillige verbanden die waar zijn.

> A Clockwork Orange – Anthony Burgess. (1962)
Dit boek gaat over de gewelddadige wereld van de vijftienjarige Alex, die we volgen op zijn pad van horror en de pogingen van de wereld om hem ‘goedheid’ op te leggen. Wat ik van dit boek heb geleerd? Dat je je tijdens het schrijven in kunt leven in mensen en denkwerelden die ogenschijnlijk ver van je afstaan. En dat je als schrijver in elk hoofd mag kruipen en elke gedaante kan aannemen, dat alles onderzocht kan worden. En dat we keuzevrijheid nodig hebben om mens te zijn, ook als dat betekent dat we afschuwelijk (willen) zijn.

> De sprookjes van Hans Christian Andersen
De sprookjes van Andersen lopen vaak ongelukkig af, maar toch getuigen ze van grote schoonheid en geluksmomenten. Van hoop en verwachting. Op de een of andere manier verzoenen ze je met de afloop, misschien omdat Andersen zo heen en weer springt in taal en tijden en je het idee geeft dat tijd helemaal niet belangrijk is. Dat ‘de afloop’ maar een klein ding is in het geheel, nooit de eindconclusie. Wat ik hiervan heb geleerd is dat het spelen met taal, spreektaal, eenvoud, niet te moeilijk doen over: ‘hoe krijg ik iemand van a naar b’, hop, daar staat hij al. En ook: overtuiging in het vertellen.

/De Grote Een
Ik ben geen monotheïst, doe mij maar hele troepen Goden en Godinnen op de Olympus. Maar als ik dan per se moet kiezen, dan toch maar Nikolaj Gogol.

/Leeslijst
Leeslijst Manon Uphoff, handgeschreven, voor HP De Tijd Nick Muller

Dit van kranten gescheurde portret van Manon Uphoff (grote afbeelding) is exclusief voor deze rubriek vervaardigd door Anne Stolwijk (1989). Wilt u meer werk van Anne zien of dit portret aanschaffen? Kijk hier.

Volgende week: Jan Cremer.

____

  Download deze gratis app om ons maandblad op uw tablet te lezen
  Volg HP/ De Tijd en Nick Muller op Twitter
  Volg HP/ De Tijd en Anne Stolwijk op Facebook