Graziano Pelle, de motregen die een hoosbui werd

Het volgende moment zit Graziano Pelle een halve meter boven de grond op z’n hurken. Met zijn hak geeft hij de bal een aai over z’n bol.

Hij slentert door, op het tempo van de man die achter een ontsnapt huisdier aanrent waar hij eigenlijk altijd al een hekel aan had. Nog een laatste blik over de schouder, om te controleren wat hij toch al weet. De laatste blik van iemand die een alle heersende paradigma’s op de helling zettend proefschrift in het postvak van z’n promotor legt.
De bal stuitert richting de uiterste hoek van het Galgenwaarddoel. Och arme, Robin Ruiter… zijn spectaculaire duik is als het acteerwerk van Victoria Koblenko: niet bijster overtuigend, overbodig en het leidt maar af van waar het werkelijk om gaat.

Daarna banjert hij schreeuwend en halve pirouettes makend richting een uithoek van het veld. (Voetballers die scoren rennen vervolgens bijna altijd van het speelveld weg, alsof ze zich willen distantiëren van die andere 22 poppetjes op het veld die NIET gescoord hebben). Het is een imposant juichen, met een dermate ver opengesperde muil dat het lijkt alsof ze de Prins Claus-tunnel naar Utrecht hebben meegenomen. Iedere medespeler die zich bij de gebrillanteerde boom in de buurt waagt, krijgt een als high-five vermomde dreun.

George Clooney of Ferry Somogyi
Pelle, de jongen die nog maar een paar geleden in Alkmaar als een smetvrezende jongejuffer over het gras trippelde en die voetbalwedstrijden als poweryoga in de open lucht beschouwde, is een kerel geworden, een natuurkracht. De mistige Noord-Hollandse motregen is een Rotterdamse hoosbui met windstoten geworden. Ooit zat hij op dansles, tegenwoordig schijnt hij een tripje buiten de dampkring te overwegen. Dat lees ik althans in het boek dat de bestsellerbrouwers van Voetbal International publiceerden. Een soort chatsessie met een kaft erom, veel meer is het niet, maar het is meer dan genoeg: alles wat een man van het statuur van Graziano Pelle te berde brengt, dient serieus genomen te worden.

Wil Graziano dat George Clooney hem speelt in een film over zijn leven, dan kunnen wij alleen maar knikken. Wij, mensen die niet 1 meter 90 zijn, die geen modellenvriendin, geen topscorerstitel, geen uit bruin marmer gehakt lichaam hebben en die op de vraag wie ons in onze biopic moet spelen niet verder komen dan Ferry Somogyi; wij stellen ons tevreden met de wetenschap dat Graziano Pelle tot dezelfde diersoort behoort als wij – ook al verloopt de evolutie in Lecce schijnbaar wel een stukkie sneller.

Een Billy vol Gouden Ballen
Dat doelpunt was al tamelijk krankzinnig – wie plots in de lucht even op zijn hurken gaat zitten, verdient meer Gouden Ballen dan er in een Billy-boekenkast passen – maar in de tweede helft deed Graziano Pelle nog iets. Iets onvoorstelbaars.
Zijn borstkas, plukte geheel zelfstandig een lange bal uit de lucht.
Een collega-Feyenoorder liep tevergeefs door, leek het.
Pelle knakte zijn rechtervoet in een anatomisch onmogelijke bocht en tikte de bal met de buitenkant van zijn rechterschoen op het voorhoofd van z’n verbijsterde teamgenoot.
Daar, op dat moment, ontsteeg Pelle ons allemaal, zweefde een paar minuten boven het stadion en keek neer op het gewriemel en besloot toen toch nog even bij ons te blijven.
Een paar minuten later trapte hij nogal knullig in de grond – om ons op het verkeerde been te zetten natuurlijk.

Meer leuke content? Like ons op Facebook