De jacht op de Zwarte Weduwe

Niemand weet of ze  zich op dit moment binnen de beveiligde zone in Sochi bevindt. Niemand, behalve zijzelf.

Contactpersonen die ze ontmoet, vertellen haar over haar portret en hoe dat zich als een besmettelijke ziekte door de straten, hotellobby’s en vliegvelden verspreidt.
Een beroemdheid is ze, het internet puilt uit van haar scherpe ogen, de uitdagende blik waarmee ze de wereld aankijkt.
Ze kent de foto, ze kent de blik.

Haar gezicht een leeg vel
Wie gelooft er in de theorie dat er in de blik in iemands ogen meer te lezen valt dan de kleur ervan? Ze bestaan, die mensen. Ze probeert zich voor te stellen hoe op ditzelfde moment mensen over de hele wereld de brutale trek om haar mond bestuderen en er het kwaad in trachten te ontdekken. Hoe ze ook kijkt: zelf ziet ze niets. Haar gezicht is een leeg vel waarop miljoenen nu hun eigen vooroordelen schrijven.
Ze haalt zich haar eigen gezicht voor zich – het gezicht van de Gezocht-posters. Ze weet zeker dat er niets anders op te lezen valt dan de afwezigheid van alles. Ze is de neutraliteit zelve, de vrouw met een gezicht waar je doorheen kijkt. Daar heeft ze zich in gespecialiseerd, in die neutraliteit. Zelfs het litteken op haar wang, als de eerste lelijke kras op een nieuw gekochte eettafel, valt nauwelijks op.
Haar fysieke ongemakken – de stijve linkerarm en het been dat ze als een dreinerig kind achter zich aansleept – staan niet op beeld; ze worden in zakelijke bewoordingen beschreven door mensen die nooit hebben kunnen aanschouwen hoe zij haar gebreken verdoezelt in een routine van vanzelfsprekendheid.

De kranten en de websites, die precies een alinea over hebben voor een samenvatting van haar leven…. De omgekomen echtgenoot, het Kaukasische Emiraat… En steeds weer die naam: Zwarte Weduwe. 22 jaar samengeperst in de naam van een willekeurig bijpersonage in een Suske & Wiske-album.

Pijn
Ze kent de verhalen, de gijzeling in het Nord-Osttheater in Moskou.
Achttien vrouwen, allemaal vrouwen en zussen van omgekomen Tsjetsjeense strijders.
Alle gijzelaars kwamen om. Ze gingen de deur uit voor een onbekommerd avondje uit en ze kwamen nooit meer terug.
Elf was ze toen.
De later vermoorde journaliste Anna Polikovskaja schreef: ‘Jezelf opblazen is een manier om je pijn naar buiten te brengen.’
Misschien zien de mensen dat wel, in die foto. Pijn.
Het lijkt haar sterk dat mensen die geen pijn kennen het wel zouden kunnen herkennen.

Over een paar weken gaan mensen in Sochi naar een stadion, voor een onbekommerd dagje sport – een viering van het leven. Het leven, ach…
De wereld herhaalt haar naam, Ruzanna Ibragimova. De wereld puzzelt op haar gezicht.
Misschien zullen ze haar herkennen en vinden. Al weet niemand waar ze precies uithangt.
Ze weet het zelf nauwelijks.

PS
De column hierboven is fictie, al is men in Sochi op dit moment wel degelijk op zoek naar Ruzanna Ibragimova.
Bert Wagendorp schreef ooit in een column over de Zwarte Weduwen: ‘Je moet zuinig zijn met begrip voor mensen die zonder pardon anderen over de kling jagen, met wraak als motief en wanhoop als drijfveer. Eén milligram begrip weegt voor sommigen evenveel als een kilo sympathie.’
Dit stukje is geen milligram begrip, maar een poging tot een milligram begrip. Terreur is te allen tijde onmenselijk, maar daarom moeten we de dader nog niet ontmenselijken.