Politiek Den Haag is bang voor raadsverkiezingen

Woensdag 19 maart wordt hoogstwaarschijnlijk de dag dat de kiezer afrekent met een aantal verschillende politieke partijen. Vooral VVD, PvdA en GroenLinks vrezen voor wat ze te wachten staat als die avond de uitslagen binnendruppelen.

Politieke partijen doen alsof ze uitkijken naar de verkiezingen, maar dat blijkt slechts een toneelspelletje, zo schrijft Trouw vanochtend in een artikel over interne notities en opmerkingen van verschillende betrokkenen binnen partijen van links tot rechts. Er is alle reden tot zorg, zo beweren die betrokkenen intern.

Want het ziet er niet goed uit voor sommige partijen. Volgens de peilingen gaan vooral VVD en PvdA fors veel raadszetels inleveren op 19 maart, net als GroenLinks trouwens. Maar ze willen natuurlijk niet dat de moraal tot een dieptepunt daalt, dus beweert bijvoorbeeld de partijvoorzitter van GroenLinks, Rik Grashoff: “Naar buiten toe zeggen we dat we gaan winnen, maar intern weten we wel beter.”

Een pijnlijke bekentenis. Die vorm van verslagenheid doet overigens ook de ronde bij coalitiepartijen VVD en PvdA. Volgens de krant weten ze bij de PvdA ook wel dat verkiezingswinst er dit jaar niet inzit: “Focus in de komende campagnes op zetelbehoud, of net iets meer,” aldus een campagnestrateeg van het landelijk partijbureau van de PvdA. “De electorale positie van de PvdA is geslonken.”

Datzelfde geldt voor de VVD, die het misschien niet zo beroerd doet als de PvdA, maar ook in het geval van de liberalen stemmen kiezers liever op een andere partij als het even kan. Een campagneleider van VVD Rijswijk bijvoorbeeld heeft gezegd: “De landelijke peilingen geven een negatief beeld voor de regeringspartijen.” Het enige waar de VVD op kan hopen, aldus die VVD’er, is dat de kiezer “zich realiseert dat het om lokale verkiezingen gaat.”

Ongetwijfeld zal de kiezer dat zich realiseren. Maar wat er landelijk gebeurt, telt nu eenmaal lokaal mee. Daar kan geen campagne-expert omheen.