Hebben Ronald Plasterk en de AIVD het gemunt op jonge moslims?

Koning Kakelaar Ronald Plasterk leidt journalisten en parlementariërs door het moeras van de geheime diensten. Welkom in Kuifjeland Nederland, daar waar wellicht alle data van buitenlandse telefoontjes van jonge moslims worden verzameld.

Even terug naar het prille begin van de onthullingen van Edward Snowden over het afluisterprogramma Prism. Dat behelsde het verzamelen van gegevens van onder meer Facebook en Google. Dit betekent dat van zo’n elf miljoen Nederlandse gebruikers van Google, van wie er acht miljoen ook Facebook.com frequenteren, gebruiksgegevens (metadata), zoekopdrachten en besloten communicatie wordt verzameld door de NSA. Dat is buitengewoon veel.

Vervolgens begon het gekakel of Nederlandse inlichtingendiensten ook van die data gebruik kunnen maken. Dat staat gewoon in de wet: dat mag, in uitwisseling met Amerika. Sterker nog: ook de politie kan met de AIVD samenwerken, dus ook van NSA-data gebruikmaken. En dat al sinds 2002.

Prism
De NSA verzamelt al ten minste vijftien jaar zoveel mogelijk data van internet. Hoe de programma’s voor vergaring en analyse heten doet er niet zoveel toe. Maar we hoorden twee maanden lang niets anders dan ‘Prism’. Journalisten schreven dat het gedaan was met de privacy in 2013. Maar Prism draaide volgens Snowden al sinds 2009.

Spoedig kwam Ronald Plasterk in beeld, na een neponthulling van De Telegraaf, die in boterletters publiceerde dat de AIVD van Prism gebruikmaakt. De brief van Plasterk aan de Tweede Kamer werd massaal verkeerd uitgelegd, ook doo der NRC en de NOS. Ach, wat maakt het uit?

1,8 miljoen moslimtelefoontjes
Dit is een pedant stukje vol zelfplagiaat, een manier om een volgend hoofdstuk te schrijven van een malle soap. Behalve voorgaande verwijzingen behoren daar ook deze artikelen toe op de website van HP/De Tijd:

* Rechtszaak van journalisten (NVJ) tegen Plasterk is een farce

* Moet de AIVD op het offerblok?

* Spionage in Nederland: de onderbuik en de feiten

Nog veel meer zou je kunnen weten van het wel en wee van Nederlandse inlichtingendiensten dankzij het radioprogramma Argos van de afgelopen jaren. Ook Buro Jansen & Janssen deed veel op dit terrein, zij het links gekleurd.

Nu heeft Ronald Plasterk, ineens samen met minister Jeanine Hennis-Plasschaert van Defensie, een brief aan de Tweede Kamer gestuurd over de 1,8 miljoen telefoongegevens. Die zijn in tegenspraak met eerdere uitspraken van Plasterk, zowel gedaan in Nieuwsuur als in de Tweede Kamer:

“Dat aantal dat u noemde, van die 1,8 miljoen gesprekken, daar heb ik nog eens nadrukkelijk naar gekeken. Die zijn niet door de Nederlandse dienst verzameld en dus ook niet door de Nederlandse dienst verschaft aan de NSA,” zei hij. Ook citeerde hij in de uitzending nog een brief van NSA-baas Alexander verkeerd. Kortom, Plasterk kletste uit de nekharen.

Deze week wijst hij op “…circa 1,8 miljoen records metadata die door de Nationale SIGINT Organisatie (NSO) zijn verzameld in het kader van terrorismebestrijding en militaire operaties in het buitenland. Het betreft dus uitdrukkelijk data verzameld in het kader van de wettelijke taakuitoefening. De gegevens zijn rechtmatig gedeeld met de Verenigde Staten in het licht van internationale samenwerking op de hierboven genoemde onderwerpen.”

Gisteren buitelden journalisten over elkaar in verklaringen over ‘1,8 miljoen afgeluisterde telefoontjes’. Onjuist, het zijn metadata. ‘Enorm aantal’. Onjuist, 1 promille. En ze speculeerden erop los met onwetende politici, zonder ook maar iets van de details te kennen.

Operaties witwassen
In de eerste plaats maakt het in de praktijk helemaal niets meer uit welke dienst waar welke data verzamelt in de oorlog tegen moslimterrorisme. Dat doen alle westerse diensten. Ze delen die data, bij voorkeur in de NSA-cloud. Op grond van de analyse van metadata wordt een keuze gemaakt over werkelijk volgen en afluisteren van verdachte personen. De AIVD bezuinigt juist op de buitenlandse spionage.

Die Nederlandse telefoniedata zijn in principe op veel plekken in internationale netwerken beschikbaar: bij telefoniebedrijven conform de bewaarplicht, bij buitenlandse telefoniebedrijven die de internationale telefoontjes verwerken, maar ook bij handelsbedrijven in telefonieminuten in de VS.

De grote vraag voor diensten en betrokken regeringen is in 2013 geworden hoe je deze operaties wettelijk witwast. Zo zijn Nederlandse diensten officieel voor grootscheeps tappen wettelijk op de satelliet aangewezen. Een anachronisme dat al vele jaren geleden politiek gerepareerd had moeten worden. Verkeer gaat over kabels en zou dus geforceerd over schotels geleid moeten worden om het af te kunnen vangen.

Echt precair is uiteindelijk de vraag, en die vernam je gisteren niet in de kakofonie: om welke Nederlanders en om welke telefoontjes gaat het? Een gokje: verkeer met Pakistan, Jemen, Somalië, Mali en, uiteraard, de Verenigde Staten. Oftewel: van veel Nederlandse moslims.

Plasterk bungelt
De rol van Nederlandse telefoniebedrijven is ook boeiend, maar net als Google en Facebook komen ze wellicht weg met een passieve rol en kunnen ze de kop in het zand steken. Daar kwamen ze die van Plasterk tegen. Die plotsklaps in de harde wereld terugkeerde met een briefje…

Maar waarom dan? Toch niet vanwege een op handen zijnde rapportage van de toezichthouder op de diensten, de CITVD? Plasterk bungelt, en terecht, vanwege zijn klunzigheid. Het is cultuur. Denk maar aan Srebrenica. Maar de vraag wordt boeiend, tussen al het onzinnige gekakel door, welke details Plasterk in het debat dinsdag moet prijsgeven om zijn huid te redden.

Vanaf woensdag 12 februari ligt de nieuwe editie van HP/DeTijd– thema: privacy – in de winkel.