Het Standaardnederlands als Vlaams zondags pak

‘Et ga vanavond een graaf feesje worre, dames en eere.’ Als u van deze zin niets heeft begrepen, is de kans groot dat u een Nederlander bent. In Standaardnederlands betekent het zoveel als: ‘Het zal vanavond een fantastisch feestje worden, dames en heren.’

Het zijn de woorden van zangeres Natalia, die zaterdag tijdens de uitreiking van de Belgische Music Industry Awards (MIA’s) presentatrice-voor-één-dag was en haar Kempische dialect en accent niet onder stoelen of banken stak. Zowel Natalia als de openbare omroep VRT kregen daarvoor zowel op sociale als in reguliere media de volle laag. ‘Er zijn genoeg mensen die met muziek bezig zijn en wél behoorlijk Nederlands spreken’, zei directeur van de Taalunie Geert Joris in Het Nieuwsblad. Volgens VRT-woordvoerster Anneke Ernon echter vertegenwoordigde Sam De Bruyn, de tweede presentator van de avond, de VRT, en gelden voor ‘experten’ als Natalia andere regels.

De storm waarin Natalia terechtkwam, was best wel opmerkelijk: ook als jurylid van The Voice van Vlaanderen op de commerciële zender VTM spreekt ze allesbehalve Algemeen Nederlands, maar, zo leert de levendige taaldiscussie na haar presentatie van de MIA’s: van presentatiewerk, zeker op de openbare omroep, verwacht de gemiddelde Vlaamse taalgebruiker beter.

Die verwachtingen liggen in lijn met een petitie die sinds vorige week – nog voor de verontwaardiging over het taalgebruik van Natalia – op sociale media circuleert. Ze werd eind december gelanceerd door de Actiegroep Nederlands, die de politiek, de media en het onderwijs oproept het Standaardnederlands te versterken, en de taaleenheid tussen Nederland en Vlaanderen te bevorderen. ‘Wij zeggen niet dat iedereen kunstmatig Journaal-Nederlands moet praten, maar slordige taal past niet in alle situaties’, aldus Stijn Verrept, een van de initiatiefnemers, in de Volkskrant. Met die slordige taal wordt vooral de zogenaamde tussentaal bedoeld, die in Vlaanderen aan een steile opmars bezig is – niet alleen in de dagelijkse omgangstaal, maar ook op televisie. Tussentaal, door schrijver Geert van Istendael in Het Belgisch labyrint ‘verkavelingsvlaams’ genoemd, is een taalvariant die zich tussen Standaardnederlands en dialect situeert, en bijvoorbeeld ook  door de bekende tv-kok Jeroen Meus wordt gebruikt: ‘En kijkt ‘es wa ge met één appeltje doe, da’s veel è! Ziet ‘es wa een schoon slaatje da ‘ier aan het worden is. Keilekker!’

Ik heb de petitie ondertekend, omdat ook ik het betreurenswaardig vind dat Vlamingen en Nederlanders, die nochtans dezelfde taal spreken, sommige van elkaars programma’s moeten ondertitelen (Poldernederlands is voor Vlamingen wat tussentaal voor Nederlanders is), en omdat het inderdaad van groot belang is dat het Standaardnederlands in het onderwijs versterkt wordt: je zal maar een buitenlander zijn die in Vlaanderen terechtkomt, Algemeen Nederlands leert en daarna op straat alleen maar mensen ontmoet die zich in dialect of tussentaal uitdrukken.

De oproep van de Actiegroep Nederlands vind ik dus lovenswaardig, maar niettemin vraag ik me af of taalbeleid de Vlaming er wel zal kunnen toe aanzetten het gebruik van het Standaardnederlands belangrijk te vinden buiten de formele contexten van presentatiewerk en journaals op radio en televisie. Die Vlaming maakt immers zelf zelden gebruik van het Algemeen Nederlands. In een artikel in Ons Erfdeel uit 2001 spreekt taalkundige Dirk Geeraerts van de ‘zondagse pakmentaliteit’ van de Vlaamse taalgemeenschap tegenover het Standaardnederlands: ‘Zoals een zondags pak is de hoogste taalnorm iets waarvan de noodzaak buiten kijf staat, maar je er echt goed in voelen doe je niet.’ Dat is al het geval sinds in de jaren zestig in Vlaanderen de reeds in Nederland bestaande standaardtaal als norm werd overgenomen: volgens onderzoek van Geeraerts naar het taalgebruik in Vlaanderen tussen 1950 en 1990 zijn het ‘verzorgde bovengewestelijke woordgebruik’ in Nederland en Vlaanderen wel naar elkaar toegegroeid, maar echt comfortabel heeft de Vlaming zich bij die ‘geïmporteerde’ norm nooit gevoeld. De taal waarmee Vlamingen met verschillende dialectachtergronden vandaag communiceren, is de tussentaal, dus spreekt Jeroen Meus waarschijnlijk het liefst precies in die variant – een beschrijving van zijn gerechten in keurig Standaardnederlands zou op veel Vlamingen in de ontspannen context van een keuken vermoedelijk als artificieel overkomen.

De Vlaming omarmt dus de tussentaal en herontdekt zijn dialect – getuige het succes van de West-Vlaams gesproken en niet-ondertitelde tv-reeks Eigen Kweek – maar keurt de presentatie van Natalia massaal af, terwijl de zeer geliefde nieuwslezer Jan Becaus van het gros van de Vlaamse taalgemeenschap applaus kreeg toen hij tijdens het journaal minister van Financiën Koen Geens in tussentaal vroeg of een besparing van 3 miljard euro ‘gene kattenpis’ is. Misschien is Natalia, die zaterdag geen journaal maar een entertainmentprogramma presenteerde, dus veeleer het slachtoffer geworden van het feit dat een groot deel van de kijkers van de MIA’s haar en vooral haar populaire muziek niet lust.

Wat zouden, zo zou ik wel eens willen weten, de reacties van de Vlaming zijn geweest indien Jan Becaus naast Sam De Bruyne de MIA’s had gepresenteerd in zijn sappige Gentse dialect?

Meer leuke content? Like ons op Facebook