‘In godsnaam, je bent schaatser. Doe een schaatspak aan en gedraag je!’

Omdat het buiten hondenweer is (en omdat het m’n werk is), kijk ik wat verveeld en met een half oog naar het Nederlandse schaatsfeestje in Sotsji.

Een camera zoomt in op drie overdreven juichende mannen die de middelbare leeftijd nog lang niet hebben bereikt en die vermoedelijk nooit een dispuutssloep van binnen hebben gezien. Aan hun zijde een duo opgewonden gillende ‘cabaretiers’, zoals het hoort. Je weet zeker dat ze die avond tot in de late uurtjes zullen hossen en lallen. Met rode koontjes, veel en hard lachen en een paar biertjes te veel op.

Ronald, Jan en Michel.
In hun schaduw verliest zelfs Viggo Waas zijn glans, nog zo’n geweldige prestatie.
In godsnaam, je bent schaatser! Trek een pak aan en gedraag je! Dit is wat de wereld ziet van de Nederlandse sport. Daar kunnen geen enthousiaste premier en koning op de eretribune tegenop. Ik dompel mij met een halve liter Aquarius onder in diepe schaamte. Misselijk geworden fantaseer ik nog even wat Camiel Eurlings van dit stel moet denken, en ook daar word ik niet vrolijk van.

Frank Heinen uit Utrecht.

(vrij naar)