Jacob Kohnstamm: “Het recht om vergeten te worden zou ook op internet moeten bestaan”

Hij waakt al tien jaar over de privacy van de Nederlandse burger. En dankzij NSA-klokkenluider Edward Snowden heeft hij nu flink de wind in de zeilen. Een gesprek met Jacob Kohnstamm over de AH-bonuskaart, camera’s op het werk en het olifantengeheugen van internet. ‘Ik heb nog mee het Maagdenhuis bezet, maar daarom hoef ik toch niet levenslang met het stempel Maagdenhuisbezetter rond te lopen?’

“Nee, dat herken ik nou helemaal niet!” Jacob Kohnstamm, sinds 2004 voorzitter van het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP), klinkt even gedecideerd als optimistisch. “Thee? Ik heb net gezet.”

Ik knik, toch een tikje verrast. Zonet heb ik hem gevraagd wat we toch aanmoeten met die houding van ‘als je niks te verbergen hebt, kan je toch ook niks gebeuren’, kortom, het geweldige schouderophalen dat zich van moderne Nederlanders meester maakt zodra het over privacy gaat.

“Ga maar na,” gaat Kohnstamm verder als hij thee heeft ingeschonken – hij telt af op de omhooggestoken vingers van zijn linkerhand: “Als het gaat over het EPD, het Elektronisch Patiëntendossier, de bonuskaart van Albert Heijn, de OV-chipkaart, of nu weer de NSA, dan doen mensen daar helemaal niet schouderophalend over. Dat gebeurt pas als mensen zich moeten afvragen: ‘ja maar, wat moet ík daar nou aan doen?’ En dat vind ik ook niet gek, want het antwoord is buitengewoon gecompliceerd. Maar het kan ze wél schelen. NRC, Het Financieele Dagblad, Vrij Nederland – allemaal schreven ze de laatste weken over privacy en de relevantie daarvan voor een enigszins fatsoenlijke, op vertrouwen gebaseerde samenleving. Iedereen ziet echt wel in hoe essentieel dat is, mensen vóelen het ook zo. Het NSA-schandaal, het optreden van Edward Snowden, was een blessing in disguise. Het heeft iedereen weer behoorlijk wakker geschud, dat plotselinge besef dat ergens in Amerika ons hele doen en laten ligt opgeslagen.”

Kohnstamm benadrukt ook het onvermogen van het internet om te vergeten. “Wat je erop zet, krijg je nauwelijks meer weg. Terwijl je heel goede redenen kunt hebben om dingen over jezelf in elk geval niet permanent openbaar te maken. In mijn ogen is de essentie van mens-zijn dat je je ontwikkelt – en dus in zekere zin verandert. Ik heb lang geleden nog mee het Maagdenhuis bezet, maar daarom hoef ik toch niet levenslang met het stempel Maagdenhuisbezetter rond te lopen? Ik neem daar geen afstand van, begrijp me goed, maar het is gewoon meestal niet relevant. Zo vinden we ook dat bepaalde strafbare feiten die iemand begaan heeft, hem na zes jaar niet meer moeten worden nagedragen. Dat is een kernonderdeel van onze rechtsstaat. Zo’n droit à l’oubli, zoals de Fransen dat zo mooi zeggen, een recht om vergeten te worden, zou ook op het internet horen te bestaan, maar vooral technisch is dat nog niet zo simpel te realiseren.”

Lees het hele interview van Rik Smits met Jacob Kohnstamm in ons themanummer over privacy, dat nu in de winkel ligt. Bekijk hier de overige onderwerpen, of sluit hier gelijk een voordelig (proef)abonnement af.