Privacy bestaat niet. Doe er uw voordeel mee

In de hype over de afluisterpraktijken van de NSA overheersten de pavlovreacties over het schenden van onze privacy. Alsof we overvallen werden. Wat een onzin. Het was al jaren bekend, dankzij een handjevol journalisten die zelden aandacht kregen, dat geheime diensten alle informatie die ze nodig hebben bij elkaar harken – wet of geen wet. Sinds er internet is, doen ze dat via bedrijven als Google, Facebook, wellicht ook KPN en UPC.

En wij voeden die bedrijven met data, in ruil voor gratis of goedkope diensten. Dat is de Big Datadeal waar we onze ogen al die tijd voor sloten. Ga maar na wat we allemaal voor zoekopdrachten intikken: ‘knoflook tegen syfilis’, ‘islamgevaar’, ‘versiertips’; ‘buren pesten’, ‘Harry Potter pedofilie’, ‘luiers volwassenen’, ‘beste schoolsmoezen’, ‘Prem echte neger’. Zo bevredigen we onze nieuwsgierigheid, in ruil voor minutieuze profilering door Google.

En door de NSA, die er naar eigen zeggen terrorisme mee voorkomt – al worden in de praktijk vooral drugsdealers gepakt en Amerikaanse bedrijven geholpen. Ruim de helft van de Amerikanen zegt, uit patriottisme, achter de werkwijze van de NSA te staan. Ook oud-NOS-correspondent Charles Groenhuijsen verdedigde het inlichtingenprogramma van de NSA. “Prism is een efficiënte en effectieve manier van de NSA om terrorisme te bestrijden,” zei hij vorig jaar zomer bij Knevel & Van den Brink, “ongeacht of dit juridisch allemaal wel kan.”

Zelfs de tegenstanders wegen de voor- en nadelen van deze privacyhandel af. Rob Wijnberg, oprichter van De Correspondent, schreef in een aanval op Groenhuijsen in De Groene: “Ik leef liever in een wereld waarin ik 0,000068 procent kans heb om opgeblazen te worden in een tram dan in een wereld waarin ik honderd procent zeker weet dat de NSA, de AIVD en de Chinese geheime dienst iedere stap volgen die ik zet.”

Met pakweg 6,8 procent kans wordt het al anders. Niet voor niets is Israël, waar een heel volk altijd met angst in de bus stapt, ’s werelds beste leverancier van afluister- en analysesoftware. Naarmate de dreiging toeneemt, morren minder mensen over hun privacy.

Want we kopen met het afstaan van privacy behalve – vaak vermeende – veiligheid nog vele andere voordelen. In de winkel betalen we een lagere prijs voor dat leuke T-shirt dankzij camera’s die ons aanhoudend vastleggen. En het verzet tegen tracering van het wifi-signaal van onze smartphone smelt zodra een op ons koopgedrag afgestemde aanbieding te halen valt.

Economisch gedragsonderzoek, vooral van Alessandro Acquisti van Carnegie Mellon University, heeft al vaak aangetoond dat we onze privacy voortdurend inruilen voor materiële voordelen. Bij een straatexperiment wilde niemand een gratis creditcard aannemen toen erbij werd verteld dat alle transacties zouden worden opgeslagen. Een kaart waarbij diezelfde voorwaarde gold maar waar een tegoed van 20 euro op stond, werd door 80 procent van de voorbijgangers in dankbaarheid aanvaard.

En als we via internet een date zoeken, geven we grif onze intiemste details prijs, terwijl niet alleen die partner in spe die onder ogen krijgt, maar uiteraard ook de uitbaters van de koppelsite – en wellicht nog de nodige fraudeurs.

Privacy is een principieel recht, vinden we in theorie. Maar bovenstaande voorbeelden tonen het tegendeel aan: privacy is onderhevig aan het profijtbeginsel. En we halen er steeds meer voordelen uit.

Meer weten over uw privacy als handelswaar? Lees het volledige essay van Peter Olsthoorn in ons themanummer over privacy, dat nu in de winkel ligt. Bekijk hier de overige onderwerpen, of sluit hier gelijk een voordelig (proef)abonnement af.