Jorrit Bergsma: goud met een zilveren rand

Jorrit Bergsma gleed over de ijsvloer van Sochi, wapperde met z’n aerodynamische zonnebril en lachte zijn indrukwekkende gebit bloot. De verbazing en de uitputting hadden de trekken in zijn gezicht nog eens extra aangezet – het hoofd van Jorrit Bergsma leek plots te zijn nagemaakt van de karikatuur die een tekenaar uit Montmartre ooit maakte van iemand met dezelfde naam.

Een kwartier later, bij Bert “Hoe is dit voor jou?” Maalderink, zei hij dat hij het nog niet helemaal kon beseffen dat hij goud had gewonnen.

Een cheque van een paar miljoen
In de tussentijd was de laatste rit verreden. De Koreaan Lee was ergens halverwege in een wak verdwenen, en Kramer…. Ja, Kramer….
Al vanaf de tweede zin van z’n eerste interview als Olympisch kampioen ging het bij Jorrit over Sven. Zijn winst was Svens verlies. Hij oogde meer beduusd dan vrolijk, als de bejaarde mevrouw die het ene moment nog rustig in haar stoel zit te dutten en het volgende in de armen van Winston Gerschtanowitz ligt, met een cheque van een paar miljoen op het dressoir.

Jorrit Bergsma had het ongelooflijke gedaan: hij had de koning onttroond, de draak verslagen en de jonkvrouw bevrijd. Hij had records gevestigd. Hij had zijn Robbedoeshoofd zojuist voor altijd in het Panini-album van de geschiedenis gekregen. Maar het leek niemand te kunnen schelen: hij had niet gewonnen, de legende had verloren.

De schlemiel van de rug
Even later stond Sven Kramer voor Bert “Dit is een klap” Maalderink.
Hij had het al zien aankomen.
Pijn aan de rug.
‘Hier verras je het Nederlandse volk mee,’ zei Bert. Hij bedoelde: ‘mij’.
Sportief maar teleurgesteld zei Sven dat fit blijven ook hoort bij sport, en dat de tijd van Bergsma zelfs met een pijnloze rug een harde noot om te kraken zou zijn geweest.Hij zei alles wat een beetje verliezer moet zeggen, maar de kijker thuis dacht alleen: ah, het is de rug. Dat verklaart alles.

Later, op het erepodium waar iedere dag bosjes gedroogde kruiden worden uitgereikt, juichte Jorrit. Bob de Jong keek Bobdejongs en rechts van Bergsma stond een oorwurm in een oranje trainingspak.
Alle camera’s stelden scherp de op de verliezer.
Vier jaar geleden het ei van de wissel, nu de schlemiel van de rug.
Sven Kramer, de Onoverwinnelijke, was verslagen, zijn verhaal was het nog meer waard geworden om eindeloos door te vertellen en te verfraaien.

Naast hem stond Jorrit, met die grijns van drie meter breed. Vermoedelijk wist hij toen al dat de winnaar, ook al is het een Olympische winnaar, het kan afleggen tegen degene die hij zojuist met 4,5 seconde voorgebleven is.
Er zit voor Jorrit Bergsma niets anders op dan te wachten op zijn eerste nederlaag. Daarmee zal hij Sven definitief verslaan.