Hinderlijk buitenspel: ‘Er zit geen schot in m’n baan’

‘Hallo?’
Hallo, spreek ik met het hinderijk buitenspel?’
‘Wie wil dat weten?’
HP/De Tijd.

‘Hoe komt u aan dit nummer?’
We hebben onze bronnen…
‘Ik heb hier geen zin in.’
We wilden alleen weten hoe het met u gaat.
‘Met mij gaat het goed, dank u.’
U staat ter discussie.
‘Dat zal wel weer ja.’
Hoe bedoelt u?
‘Het is toch altijd hetzelfde! Altijd discussie, altijd gedoe, ik kan nooit eens gewoon rustig ZIJN.’

De klacht is dat u niet herkenbaar bent, niet zichtbaar.
‘Ik ben bescheiden.’
Mensen twijfelen aan uw nut.
‘Ik twijfel ook wel eens aan het nut van mensen.’
Er gaan geruchten dat u afgeschaft zou worden.
‘Voor zover ik weet staat mijn functioneren bij mijn opdrachtgever niet ter discussie.’
Wie is uw opdrachtgever eigenlijk?
‘Mijn opdrachtgever is een geheimzinnige opdrachtgever.’
Kom op zeg, we zitten hier niet bij Bassie & Adriaan.
‘Ik zeg niets. Kan niet, dat staat zwart op wit.’

Wat is er waar van het gerucht dat het voetbal uw opdrachtgever is?
‘Dat is klinkklare onzin! Je kunt veel van me zeggen, maar niet dat ik dit voor het voetbal doe. Daar neem ik afstand van.’
Vindt u het zelf eigenlijk nog leuk?
‘Ach, wat zal ik zeggen?’
Ik weet het niet?
‘Meneer Hapeetijd, soms heb ik het gevoel alsof ik niet helemaal aan het spel deelneem, begrijpt u?’
Maar dat is uw hele bestaansrecht!
‘En dat is juist zo typisch voor mijn positie: juist als ik niet deelneem, neem ik deel. En als ik deelneem… nu ja, u begrijpt het.’

Nee.
‘Geeft niet. Waar het om gaat: ik vraag me af of deze baan een schot in de roos is.’
Volgens mij is het de vraag of u in de baan van het schot staat.
‘Volgens mij is het de vraag of er überhaupt nog wel schot in mijn baan zit.’
U gaat door het leven als iets wat niet mag. Dat moet niet altijd makkelijk zijn.
‘Ik word altijd bestraft. Als ik niet word bestraft, besta ik niet. Dat is een hard gelag, ja. Sowieso doet het altijd pijn hoor, als ze je ‘hinderlijk’ noemen. Een dooie die op je tuinpad ligt, dat is een hinderlijk – en verder wil ik er maar liever niks over zeggen.’

Als ik dit zo hoor, is het de vraag hoe lang u nog doorgaat in deze functie.
‘Als ik stop, stap ik zelf op. Ik laat me niet zomaar buitenspel zetten.’
Door wie?
‘U heeft het niet van mij, maar u zou de spelregels eens kunnen proberen. Die zouden zich ook eens kunnen aanpassen.’
Dank u.
‘Mag ik de beelden van dit interview nog eens terugzien?’