Wie werkt er nog op kantoor? Zo ouderwets

Ruim 17 procent van alle kantoorruimte in Nederland staat leeg. Een alle verbeelding te boven gaande 8,3 miljoen vierkante meter. Dat werd vandaag bekend.

Ik ga dat niet goedmaken. En niemand namens mij. Ik heb een hekel aan kantoren als vaste plaats om te werken en – dat kan kennelijk niet anders – eindeloos te vergaderen. Zeuren over leasebakken, mobieltjes en de (vele) zwakke punten van die collega’s, mannelijk of vrouwelijk, dat maakt niet uit.

Elke keer als ik een kantoor bezoek – ik ontkom er niet altijd aan – word ik bevestigd in mijn gevoel: wat een troosteloze terreur van slechte koffie, oeverloos keuvelende collega’s en een productiviteit om van te huilen. Om het over die al maar spijbelende rokers maar niet te hebben. Als ze niet op het toilet zitten, staan ze wel buiten.

Ooit waren kantoren efficiënte plekken, al was het alleen al vanwege de faciliteiten die mensen toen nu eenmaal niet in huis hadden. Nu heeft iedereen een of meer computers, snel internet en telefoon. Documenten en databases staan in the cloud, voor iedereen met de juiste autorisatie overal ter wereld benaderbaar. En vergaderen kun je ook in de kroeg. De bediening én de koffie zijn er beter, en omgerekend kost het een fractie van wat een kantooromgeving kost. En het is er gezelliger.

Bij HP/De Tijd zijn we nu bijna zo ver, die twee kleine kamertjes die we nog hebben staan overwegend leeg. Alleen als het blad naar de drukker moet, er heel nauw moet worden samengewerkt en er heel snel knopen moeten worden doorgehakt, zitten hoofdredactie, eindredactie en vormgeving een weekje dicht op elkaar. Dat kan zo nodig ook nog anders, maar zo ver zijn we nog niet en zo ver komen we misschien ook nooit.

Voor de website is daar al helemaal geen sprake meer van; iedereen werkt van God mag weten waar vandaan. Ze werken, de resultaten zijn voor iedereen te zien. Dat kan thuis op de bank of in bed zijn. Of op de Canarische eilanden, dat maakt ons niet uit.

Maar het betekent wel dat de kosten van overhead met zo’n tachtig procent zijn gedaald en iedereen alleen nog maar op prestaties en niet op aanwezigheid wordt afgerekend.

Met kantoren is het is als met vaste telefonie: als het niet bestond, zou je het vandaag niet meer bedenken.

Hoe komen we af van die onverhuurde meters? Tot nu toe neemt de hoeveelheid alleen maar toe. En je kunt niet overal hotels, bejaarden- of jongerenhuisvesting van maken.

Ik zou zeggen: voortaan een verwijderingsbijdrage storten bij elke bouwvergunning voor een nieuw kantoor. Staat zo’n kantoor meer dan een jaar leeg, dan kan het weg, maak er maar een voetbalveldje van. De kosten zijn vooruitbetaald.