Een potje zaalvoetbal met Cristiano Ronaldo

We speelden tegen De Tinekes en erg goed ging het niet. Ons zaalvoetbalteam wordt al een tijdje geteisterd door collectief vormverlies; je kunt je intussen afvragen of er ooit wel zoiets als ‘vorm’ is geweest.

Bij 2-0 was het pauze.
We dronken water uit een icetea-fles en zeiden dat we dit moesten kunnen winnen.
Dat zeggen we altijd; wat moet je ook anders zeggen.
Op de tribune van de sporthal zat een toeschouwer; ze speelde met haar telefoon en hoopte dat het snel afgelopen zou zijn.
De tweede helft was nauwelijks begonnen toen de deur onder het nooduitgang-bordje openzwaaide. Het volgende moment stormde er een gespierde kerel in het oranje uittenue van Real Madrid de zaal in.
In zijn hand droeg hij een kleine toilettas die naar lavendel rook.
“Ik doe mee,” riep hij.

Reglementen
Een van onze spelers – een waardevolle voetballer, maar niet van het niveau Real Madrid – ging vrijwillig langs de kant zitten, naast de toilettas.
Cristiano Ronaldo holde het veld in en riep: “We kunnen weer.”
Maar we konden niet.
De Tinekes protesteerden.
Volgens De Tinekes kon je niet halverwege de wedstrijd een speler aan je team toevoegen. Dat die speler de Wereldvoetballer van het Jaar was, stond daar nog even los van.
Er werden reglementen bij gehaald.
Er werd gebladerd.
We stonden allemaal langs de zijlijn, gebogen over een stapel geniete A4’tjes. De enige die nog op het veld stond, was Cristiano Ronaldo. Hij trok sprintjes van het ene doel na het andere en gromde daarbij.
Iemand riep: “Hier klopt iets niet!”
Dat was goed gezien.
Het eind van het liedje was dat Cristiano mocht meedoen, mits hij zijn contributie voor de rest van het jaar ter plekke contant zou voldoen.
Of wij het even wilden voorschieten, informeerde hij.
Dat wilden we.

*

We stonden te wachten op de metro die ons naar het station zou brengen.
Mike, Cristiano Ronaldo en ik.
“Als we de trein van 53 hebben, halen we de tweede helft van Real nog,” mompelde Mike.
Cristiano Ronaldo en ik knikten.
De metro liet op zich wachten.
Mike deelde M&M’s uit.
Een man met een rossige baard en een stevige Aldi-tas vroeg of Cristiano Ronaldo inderdaad Cristiano Ronaldo was.
Dat kon Cristiano Ronaldo bevestigen.
“Flapdrol,” zei de man en stapte in een metro.
“Als-ie nu niet komt, halen we het niet,” zei Mike met een mond vol M&M’s.
Ik knikte.
Cristiano Ronaldo was bezig zich op te trekken aan het dakje van de wachtruimte. Ook nu gromde hij weer.

*

“Uw kaartjes alstublieft.”
Mike toonde zijn OV-studentenkaart.
Ik frommelde een papieren kaartje uit mijn broekzak.
“En u?” vroeg de conducteur.
“Ik ben Cristiano Ronaldo.”
De conducteur was geen voetballiefhebber; hij begon een boete op te stellen.
“Ik ben Cristiano Ronaldo,” zei Cristiano Ronaldo nog eens.
De conducteur overhandigde hem de bon.
Cristiano Ronaldo signeerde hem en gaf hem terug.
Toen stopte de trein bij Bijlmer Arena. De conducteur verdween en kwam niet meer terug.

*

Cristiano Ronaldo en ik lagen in joggingpak op mijn bank en keken naar de tweede helft van Schalke-Real.
“Niet echt spannend,” zei ik.
“Wat was ik goed, hè,” zei hij.
“Het was een mooie goal,” beaamde ik.
“Tegen De Tinekes,” mompelde hij. “Ze wisten niet hoe ze het hadden, die jongens.”
“Je deed goed mee,” zei ik.
“Zeventien goals…” zuchtte Cristiano Ronaldo tevreden.
Aan de keukentafel zat mijn vriendin. Ze werkte aan iets waarvan ik had moeten weten wat het was.
Mijn vriendin is niet zo enthousiast over Cristiano Ronaldo, ze vindt dat hij nogal sterk ruikt en dat hij niet enthousiast genoeg reageert als zij heeft gekookt.
Ik vind dat flauw.

Op televisie schoot Cristiano Ronaldo de 0-6 tegen het net. De grootste spanning was er nu wel vanaf.
“0-6,” zei ik. “Nou nou.”
“Zet hem nou maar uit,” zei Cristiano Ronaldo. Hij begon in zijn tas te graven, haalde er een groot cadeau uit en gaf dat aan mijn vriendin.
“Voor u,” zei hij.
“Hmm,” zei mijn vriendin.
Het was een speciale Cristiano Ronaldo-Triviant.
“Laten we spelen, zet die tv uit,” riep Cristiano Ronaldo. En tegen mijn vriendin: “Ik zou wel wat te drinken lusten.”
“Misschien scoor je nog eens,” zei ik.
“Neuh,” zei Cristiano Ronaldo.
Op dat moment scoorde Klaas-Jan Huntelaar het mooiste doelpunt van de avond.
“Wauw!” zei ik.
“Mwah,” zei Cristiano Ronaldo.
“Ik ga naar bed,” zei mijn vriendin.

Het was niet helemaal duidelijk wat het was dat de sfeer had verziekt: de goal van Huntelaar of het Cristiano Ronaldo-Triviant.
Maar feit was: de sfeer was om zeep.
“Ben ik eens lekker op tijd thuis,” zei Cristiano Ronaldo.
“Ja.”
Hij pakte het Cristano Ronaldo-Triviant weer in en vertrok.
Pas een halfuur later besefte ik dat hij mijn joggingbroek nog aan had.