De rijexaminator die ik had willen slaan

We speelden het spel: als je de tijd kon terugdraaien en iemand in je leven mocht slaan (wat je toen dus niet deed), wie zou dat dan zijn?

Daar hoefde ik niet lang over na te denken (niemand trouwens): de rijexaminator.

Na twintig lessen mocht ik afrijden, mijn rijlesleraar had er het volste vertrouwen in. In tegenstelling tot de meeste van zijn cursisten, zei hij, kon ik in één keer achteruit inparkeren en liepen andere ‘bijzondere verrichtingen’ zoals de hellingproef en straatje keren ook gesmeerd. De week voor het examen leerde ik voor de zekerheid nogmaals alle voorrangsregels en verkeersborden uit mijn hoofd, me ondertussen afvragend wanneer het in godsnaam van pas zou komen om te weten dat rijden met sneeuwkettingen leidt tot tien procent meer brandstofverbruik.

Op de dag van het examen stapte ik vol goede moed achter het stuur van de rode Volkswagen Polo met de rijlesreclameteksten op de zijkant, de examinator schoof op de bijrijdersstoel. Toen boog hij voorover, ging met zijn arm voor mijn borst langs en pakte mijn gordel. Nadat hij mijn riem had vastgeklikt, zei hij: ‘Weet je wanneer de gordel het beste zit?’

Dit stond niet in het theorieboek, dacht ik nog. Verdomme, als dit standaard een onderdeel was van het examen had mijn rijlesleraar me weleens beter mogen voorbereiden. Ik moest deze vraag goed beantwoorden, ik ging niet zakken op het vastmaken van de gordel. ‘Goed aantrekken?’, vroeg ik.

‘Fout, dame. Nadat je de riem hebt vastgemaakt, moet je flink wiegen met je heupen’, hij demonstreerde hoe, tilde zijn bekken een beetje omhoog en schoof van links naar rechts op de stoel, waardoor ik werd gedwongen om naar de zone rondom zijn kruis te kijken. ‘Doe mij maar na’, zei hij, ‘dat kan je vast heel goed. Daarna gaan we de weg op.’

Ik deed het, geloof ik (het moment heb ik verbannen). Achteraf misschien idioot, maar voor mijn gevoel had ik geen keus. Het rijexamen moest nog beginnen, ik wilde niet op het parkeerterrein al een fatale fout maken. Bovendien wilde ik per se dat papiertje, en die macht lag in zijn handen.

Na een rit van drie kwartier, waarin de man nog een stel kleinerende opmerkingen maakte en mijn zelfvertrouwen steeds verder afbrokkelde, waren we terug op het parkeerterrein. Binnen vertelde hij me dat ik het helaas niet had gehaald. De vrachtwagen die ik voor liet gaan met invoegen op de snelweg, had ik moeten inhalen. Ik durfde toen geen klacht tegen de man in te dienen, hij was het hoofd van alle rijexaminatoren in de regio en ik moest over een paar weken opnieuw afrijden. Als ik nu de tijd tien jaar kon terugdraaien had ik hem dus willen slaan.

We hebben meteen een nieuw onderdeel aan het spel toegevoegd: je mag zelf kiezen hoe en waar je die persoon wilt raken. Ik koos niet voor de vuist in het gezicht, maar een flinke trap in de ballen.