Ajax-hoofd

Ik heb een Ajax-hoofd. Wist ik niet, tot gisteren. Ik ben er altijd blind vanuit gegaan dat mijn hoofd een gewoon, neutraal hoofd was. Een hoofd zoals dat van iedereen.

Zodra ik erachter kwam dat mijn hoofd een Ajax-hoofd is, ben ik in de familiefotoalbums gedoken. Wat blijkt: in mijn familie komen nauwelijks Ajax-hoofden voor. Mijn vader heeft geen Ajax-hoofd, mijn moeder heeft geen Ajax-hoofd (meer een FC Utrecht-hoofd, al zegt ze zelf van niet), en ook mijn opa’s en oma’s hadden geen Ajax-hoofden.
Er is een verre neef – het zwarte schaap van de familie, die volgens de laatste berichten een pompoenenkwekerij op Bermuda uitbaat – van wie je met een beetje goede wil kunt stellen dat zijn hoofd – mits gefotografeerd vanuit de goeie hoek – iets weg heeft van een Ajax-hoofd.
Toen ik gisteravond een aantal vrienden trof in het cafe, ben ik er eens heel onopvallend op gaan letten. En nee hoor: nergens een Ajax-hoofd te bekennen. Zelfs een onbekende man, die rond een uur of 23:00 keihard “JODEN! JODEN!” begon te roepen, had geen Ajax-hoofd.

Biet becht
’s Avonds, voor de spiegel, vroeg ik mijn vriendin of haar iets vreemds was opgevallen aan mijn hoofd.
‘Nbweuh,’ zei ze, want ze was haar tanden aan het poetsen. “Biet becht.’
Niks anders dan anders?
‘Beu.’
En iets anders, iets geks?
‘Bwa, dat bel bwa.’
Wat dan?!
Ze spuugde en zei: ‘Je hoofd is vrij groot, rond en je oren zitten nogal strak tegen je schedel aan. Verder is je baard niet evenredig over je gezicht verdeeld, staat je neus een klein beetje krom – maar wel lief – en dan is er natuurlijk nog je gebit dat…’
‘Jajaja! Dat weet ik allemaal. Maar iets nieuws geks? Iets… Amsterdams..?’
Ze schudde haar hoofd, want ze was aan het spoelen.

Ik keek nog eens goed – misschien had ze zelf ook wel een Ajax-hoofd. Dat zou verklaren waarom ze mijn Ajax-hoofd niet als Ajax-hoofd herkende.
Nee, geen Ajax-hoofd. Nog geen Ajax-oorlel.
In bed, mijn Ajax-hoofd op een kussen dat waarschijnlijk zonder dat ik het door had een Ajax-kussen was, hoorde ik plots vanuit het donker een zacht, dreigend gefluister:
‘Which team you support?’
Verstond ik het nu goed? Was dit mijn vriendin?
‘Which team you support?’
‘I support nothing,’ fluisterde ik gepikeerd terug.
‘Wat ben je toch aan het mompelen,’ zuchtte ze.