D-Day valt vroeg dit jaar

Zeventig jaar geleden is het alweer. D-Day. BNR Nieuwsradio startte gisteravond met een serie daarover die me absoluut zinloos lijkt, en bovendien historisch verwarrend. En ook niet leuk, hoewel zelfs NOS Op 3 het amechtig tracht te verkopen. Echter, mogelijk was D-Day ook zinloos zonder BNR. Daarover zo direct meer.

Wat BNR in ieder geval rustig naast zich neerlegt is dat bij D-Day niet de nadruk lag op luchtlandingen, maar op een nat pak halen, een stukje rennen en al dan niet aansluitend doodgaan, zoals in Saving Private Ryan wel aardig wordt uitgebeeld.

Toch hangt er aan een Frans kerkje bij de de Normandische kust na zeventig jaar nog altijd één Amerikaanse parachute met één parapop. Het dorpje heet Sainte-Mère-Église. Daar is het toerisme nog altijd blij met D-Day. Ze leven daar – en in zo’n honderd naburige dorpen – van de slag, die met zijn datum van 6 juni redelijk gunstig ligt qua seizoen. Door het gedonder in Oekraïne is het nu wel de vraag of Poetin dit jaar nog zal komen voor de herdenking, zoals hij heeft aangekondigd. Elizabeth II en Philip komen sowieso, en zelfs hun Charles (een dag eerder), en Obama. Willem-Alexander heeft nog geen besluit genomen.

Premier Rutte is ook al even bezig geweest met D-Day, twee weken terug. Hij was niet te beroerd om toen in Brussel de nieuwe Nederlandse oorlogsexpositie ‘Liberation Routeste openen die aan D-Day opgehangen is. Bij die tentoonstelling hoort een toeristisch-historische route van de stranden van Normandië naar Berlijn, via de Ardenenn en Arnhem.

Maar goed, dankzij deze aanloop naar D-Day kon historicus Rutte iemand uit de anonimiteit halen: ‘Kate’ ter Horst, de Nederlandse Florence Nightingale van WOII, die tijdens de onverwacht verschrikkelijke strijd bij Arnhem en Oosterbeek als een gewone huisvrouw talloze geallieerde soldaten verpleegde – zonder zelf ooit te hoeven eten, drinken of slapen.

Ze hoorde echt bij de herdenking in Oosterbeek op 17 september met zijn Brits-Poolse ereveld. Ze kreeg de op een na hoogste Britse onderscheiding, namelijk ‘Member’ van de Most Excellent Order of the British Empire oftewel MBE. Bij de Britten ben je dan wat, hier gewoon nog steeds huisvrouw. Ze heeft bijvoorbeeld wel een Engelse bio op Wikipedia maar geen Nederlandse. Het is mooi dat Rutte haar noemde. Hij of zijn speechwriter spelde alleen in de tekst van zijn speech ‘Churchill’ met één ‘l’. Hm.

Nu nog even D-Day, waar de ‘liberation route’ zogenaamd begon. Een Amerikaanse luitenant-kolonel van het Air-War College in Alabama heeft in 1987 over D-Day – of liever over ‘Operation Overlord’ – een onderzoekje geschreven, en kwam tot de conclusie dat de landing op 6 juni volkomen onnodig was. Deze William F. Moore stelde dat de invasie zeer veel levens kostte, maar ook uiterst riskant was wat betreft het transport. Hij citeert onder meer een generaal als Erich von Manstein en professor als Sir Basel Liddell Hart.

Op D-Day startten 12.000 geallieerde vliegtuigen binnen 24 uur, omgerekend 500 per uur, en staken 7.000 schepen tijdens een halve storm het Kanaal over. Deze brachten 160.000 infanteristen naar vijf stranden in Normandië. Ik sla de 1.900 zweeftoestelen en de para’s maar even over. Er vielen bij de geallieerden op die ene dag 4400 doden – en nog tienduizenden in de weken daarna, tot 22 augustus al 37.000 man. Overigens peanuts vergeleken bij de Slag om Koersk, waarover hierna nog even voor het evenwicht. Maar daar werd de knoop een jaar eerder feitelijk doorgehakt.

De voornaamste reden voor het doordouwen was een soort bloody-mindedness, maakt overste Moore duidelijk. Tijdens WOI hadden de Amerikanen namelijk zwaar moeten bloeden vanwege de starre Britse eigenwijsheid – en nu konden ze laten zien dat er intussen wat veranderd was. Amerika was de echte grootmacht geworden.

Generaal Marshall, de toenmalige Amerikaanse opperbevelhebber, zag bovendien al aankomen dat er voor de zandhazen van de Amerikaanse infanterie alleen wat bijrollen in Italië of Zuid-Frankrijk overschoten. In de Pacific gingen de Amerikaanse vliegdekschepen en de bommenwerpers met de eer aan de haal en Normandië was Marshalls laatste kans. President Roosevelt geloofde verder, volgens overste Moore, dat hij met een ‘tweede front’ Stalins na-oorlogse medewerking kon kopen. En dit was een vurige wens van de Russen. Voor de bevrijding van Europa was de aanval volgens Moore volstrekt overbodig – een facetje dat niet erg uit de verf komt in de expositie in Brussel.

Los van overste Moore: op D-Day was de zaak namelijk al beklonken, daar zijn de meeste historici het intussen wel over eens. De Sovjets hadden de nazi’s al verslagen in februari 1943 in Stalingrad en vervolgens – weinig genoemd – in de zomer van dat jaar bij de immense tankslag bij Koersk, tussen Moskou en Odessa.

Dat was precies een jaar vóór D-Day. Daar gingen bijna 3.000 nazitanks en 2.000 -vliegtuigen tekeer tegen 5.000 Sovjettanks en 3.200 vliegtuigen. In totaal vielen daar in één week ruim 1 miljoen doden onder de 3 miljoen soldaten van beide zijden. Aardig detail: aan Russische zijde vochten Churchill-tanks mee (en er staat er toevallig nu net een buiten bij de Kunsthal in Rotterdam voor de expositie ‘WO2 in 100 voorwerpen‘).

Na Koersk verloren de Sovjets niets meer en was het een kwestie van tijd. De geallieerden deden verder hun ding in de hemel over Berlijn, en ze hadden het daarmee heel goed kunnen redden, meent Moore. Hij maakte ondanks deze kritiek op zijn beroemde superieuren van toen nog behoorlijk carrière en eindigde als generaal-majoor.

Arthur Graaff is hoofdredacteur van Nieuws-wo2.tk.