De journalist als doorgeefluik en acht andere opvattingen van Louis van Gaal

Morgen speelt het Nederlands Elftal tegen Frankrijk. Nederland zal met elf spelers aan de start verschijnen en Frankrijk volgens de laatste berichten ook. De wedstrijd zal negentig minuten duren, eventueel met enkele minuten blessuretijd – dit is afhankelijk van eventuele blessures. De bondscoach van Nederland is Louis van Gaal, de bondscoach van Frankrijk niet.

Tot zover de feiten. Alles gecheckt, gedubbelcheckt en nog drie keer nagebeld en ik durf er mijn hand voor in het vuur te steken: het klopt.
Louis van Gaal kan tevreden zijn.

Een citaat
Vrijdag zag ik in het programma Voetbal International beelden uit de persconferentie die Louis van Gaal gaf in de aanloop naar de wedstrijd tegen de Fransen. Nu heeft Louis een historie waar het stupide persconferentiemomenten betreft, maar hier veegde hij met alle in hem opgetast liggende arrogantie al zijn voorgaande flaters van het bord. Ik citeer – dat vindt hij fijn, als mensen hem citeren:

“Jullie zouden alleen doorgeefluik moeten zijn. Van de informatie. En geen mening geven, geen mening oproepen aan spelers. Als ik nou de Olympische Spelen zie, ja, dan worden gewoon vragen gesteld en de schaatsers mogen antwoord geven. Ja, over het algemeen wordt in onze wereld de speler en de coach geprovoceerd. Dat is wat ik ervaar, en wat mijn spelers ervaren. En als je nu eens achter het Nederlands Elftal gaat staan, want zo mak-ke-lijk is dat niet voor het Nederlands Elftal om te presteren in Zuid-Amerika, klimatologisch, reistijden, eeuh eeuh, weerstanden… ja, dan zou dat waarschijnlijk ook leuker overkomen bij het publiek. Want met schaatsen… Dat was geweldig, hè?! En de sfeer eromheen en er is iets ontstaan in Nederland. Maar tot op die laatste dag, of een na laatste dag, en nu, in alle programma’s, zien we Jorrit Bergsma met die trainer tevoorschijn komen. Dat is toch gek? Maar goed, dat is de cultuur in Nederland.”

Het voert ver om alle tegenstrijdigheden, grammaticale onmogelijkheden, pseudo-sociologische kul en bij wijle kwaadaardige domheid allemaal te benoemen en onderuit te maaien, maar laat ik toch een voorzichtige poging wagen.

1. De journalist als doorgeefluik
Vier dingen hierover.

1. Het kan aan mij liggen, maar opvallend veel voetbaljournalisten fungeren nog altijd vooral als doorgeefluik. Ze geven informatie door, zoals je tafelgenoten het zout doorgeven. Wedstrijdverslagen, interviews of wartaal van een bondscoach; het wordt nog altijd op veel prominente plekken zonder duiding, humor, relativering of afstand opgeschreven alsof het simpele feit dat NAC met 3-1 van Roda JC wint daadwerkelijk iets voorstelt en het niet gaat om het verhaal dat die wedstrijd heeft opgeleverd. Dat Van Gaal dat niet ziet, pleit voor hem: kennelijk leest hij de kranten en tijdschriften waarin dit wél gebeurt.

2. Voetbal an sich stelt niet veel voor. Het is een aardig spel dat door de door Van Gaal monddood gewenste media in de afgelopen halve eeuw is opgepijpt tot een bizarre uitwas van de entertainmentindustrie. Van Gaal lijkt stellig overtuigd van het feit dat hij de journalisten in de zaal een dienst bewijst – en de journalisten denken dat zelf misschien ook wel, als gevolg van zijn overweldigende, agressieve manier van doen – maar het omgekeerde is het geval.

3. Een journalist die simpelweg opschrijft wat er wordt gezegd of wat er gebeurt, is geen journalist maar een doorgeefluik.

4. Eerste alinea van de Wikipedia-pagina van het begrip ‘Censuur’: “Censuur is het gebruiken van de macht van de staat, of een andere controlerende macht, een bepaalde groepering of van bepaalde individuen om informatie achter te houden of de expressie aan banden te leggen.”
Van harte Louis, je bent geslaagd als censor.

2. Geen mening geven, en geen mening oproepen aan spelers
Zie ‘Censuur’.

3. Olympische Spelen
Wat er al jaren op schaatsbanen over de hele wereld gebeurt, is een tamelijk gênante vertoning. Want Van Gaal heeft gelijk: er worden vragen gesteld die de schaatsers dan mogen beantwoorden. Vaak zijn het helemaal geen vragen, maar constateringen met een punt erachter, constateringen die in toon uiteenlopen van neutraal tot wild enthousiast.
“Je rijdt hier een hele vlakke race.”
“JAAAAAEEEEHHJAAAA, DA KLOPT.”

Dat zou je een goed interview kunnen noemen – want wat moet je anders vragen: een schaatser rijdt gewoon zo hard mogelijk en dat valt soms tegen en soms mee – maar het lijkt me toch het meest voor de hand liggend om te stellen dat we hier met volkomen overbodige zendtijdvulling te maken hebben.
(Toch vreemd, dat de verantwoordelijke voor veel van die onzinnige gesprekjes Bert Maalderink is, de man die om de zomer normale, goede, journalistieke (maar door voetballers en trainers als provocerend en kwetsend ervaren) vragen stelt als het Nederlands Elftal op een groot toernooi bezig is.)

4. Dat is wat ik ervaar, en wat mijn spelers ervaren
Het is een wijdverbreid en almaar verder voortwoekerend misverstand dat wat iemand ervaart als doorslaggevend argument kan gelden. Een kind dat op tijd naar bed moet ervaart zijn ouders als onredelijk, maar daarom ZIJN ze dat nog niet. Stephan Sanders schreef hierover enkele maanden geleden in Vrij Nederland en noemde die ontwikkeling de ‘dictatuur van het gevoel’. Maar als iets je kan bedriegen, dan is het verdorie je gevoel wel.
Bovendien: gesteld dat de spelers van Oranje tot op het bot worden geprovoceerd door journalisten (quod trouwens absoluut non), dan is dat op z’n hoogst onsympathiek, maar toch niet verboden?

5. Zo makkelijk is dat niet – klimatologisch, reistijden, weerstanden
Wat Van Gaal eigenlijk probeert te zeggen: het is een kansloze missie, daar in Brazilië. Het is er heet, we reizen ons gek en – niet geheel onbelangrijk – ons elftal is van een niveau waarvoor het adjectief ‘middelmatig’ nog te vriendelijk zou zijn.
Stel, je besluit als journalist om je achter een team op te stellen – foute boel natuurlijk, maar goed. Waarom zou je dat dan in godsnaam doen achter een elftal dat werkelijk geen enkele kans maakt, zodat je na afloop van het debacle je eigen onkunde kunt gaan zitten toelichten?

6. Dat zou ook leuker overkomen bij het publiek
Hier lijkt, behalve van baarlijke nonsens, ook nog sprake van zichzelf tegensprekende baarlijke nonsens. Hoe kan een doorgeefluik nu leuker overkomen op het publiek? Hoe kan een doorgeefluik nu achter een elftal gaan staan?

7. Met schaatsen… dat was geweldig, hè?!
Mwoah.

8. Tot de laatste dag, of de een na laatste dag.
Een catharsismomentje. Een paar zinnen geleden was Louis nog zo te spreken over de kritiekloze kwijlerij langs de schaatsbanen, en nu blijkt dat ze zelfs daar af en toe kritisch durven zijn. Nou ja zeg! Je gunt het die schaatsverslaggevers zo vreselijk: dan gebeurt er eindelijk eens iets, dan spreekt iemand zich eens meer uit dan alleen: “Het was zwaar, het ijs glijdt wel,” en dan krijgen ze van Louis van Gaal te horen dat dat dus de bedoeling niet is.
Vermoedelijk haat Louis van Gaal verhalen.

9. Dat is de cultuur in Nederland
Nee, Louis, het is niet de cultuur in Nederland om mensen te interviewen die in het nieuws zijn! Dat is normaal. Een pand dat brandt is nieuws, niet de andere panden in de straat die niet branden. Het liefst zou Louis van Gaal bij het nieuws van een grote uitslaande brand een artikel lezen over de huizen twee straten verderop die niet in vlammen zijn opgegaan.
Waarom stellen journalisten zich eigenlijk nooit juichend op voor niet-brandende huizen? Waarom hebben we Ferry Mingelen nog nooit met een ratel voor het Catshuis zien staan op een dag dat er weer geen kabinet viel? Hoe komt het eigenlijk dat we steeds zo de nadruk leggen op de situatie in de Krim, terwijl er in Noorwegen niks aan de hand is? Stuur daar verdomme eens een doorgeefluik naartoe!

Morgen is het zover: Frankrijk-Nederland.
Aftrap: 21:00.
Locatie: Parijs.
Ik geef het maar gewoon even door.

Meer leuke content? Like ons op Facebook