De dammer die negen jaar na zijn dood wereldkampioen werd

Altijd als ik de damrubriek in de Volkskrant tracht te ontcijferen, denk ik aan Baba Sy. Als vanzelf glijden er beelden en herinneringen aan gebeurtenissen die lang voor mijn geboorte plaatsvonden mijn hoofd binnen.

Polygoonbeelden van een grote, zwarte man die op het Lucas Bols-toernooi van 1961 iedere tegenstander van het bord vaagt. Baba Sy is in die jaren volstrekt onverslaanbaar. Naast hem een klein, blond jongetje van een jaar of twaalf dat elke zet van de meester noteert.
Dat jongetje heet Ton Sijbrands.
Een paar jaar later zullen ze tegen elkaar spelen, het jongetje en Sy.
Nog veel later zal Sijbrands zelfs een boekje samenstellen. Titel: Baba Sy – Les secrets d’un Grand Maitre International.
Alle partijen die Baba Sy ooit speelde staan in dat boekje genoteerd.
Niet door Baba Sy zelf, want Baba Sy, de Senegalese koning van het dambord, was analfabeet.

Wereldkampioen 1963
Hoogstwaarschijnlijk – ik ben geen specialist – is Baba Sy een van de grootste dammers uit de geschiedenis. Zonder enige twijfel – ik bluf even – is hij de grootste dammer uit de geschiedenis die bij leven nooit wereldkampioen werd. In het jaar dat hij niet verloor – 1963 – en dus wereldkampioen moest worden, kreeg hij geen visum voor de Sovjet-Unie, waar hij het in een tweekamp zou opnemen tegen Koeperin.
In 1986 werd hij alsnog uitgeroepen tot Wereldkampioen Dammen 1963. Baba Sy was toen al acht jaar dood. Hij stierf op 20 augustus 1978 aan de gevolgen van een auto-ongeluk in het centrum van Dakar.
Wanneer hij geboren was, wist niemand. Vermoedelijk werd een van ’s werelds grootste dammers slechts 42 jaar.

Coup
Op het filmpje dat Holland Sport een paar jaar geleden onder het Polygoonstof vandaan trok, staat de Coup Baba Sy, een ingenieuze val waarin Baba Sy zijn tegenstanders liet lopen. Let vooral op hoe hij zijn haar weer in model masseert als zijn tegenstander hem in adoratie tracht te omhelzen: gentlemanlike.