Politici in het Tsjechische parlement mogen geen alcohol meer drinken

Het Tsjechische bier is wereldberoemd en overal zijn er liefhebbers van een goede pilsner te vinden, niet in de laatste plaats in Tsjechië zelf. Maar vanaf nu is het afgelopen met de drank. In het Tsjechische parlement in ieder geval.

Als het lagerhuis – de Tsjechische Tweede Kamer – bijeenkomt tijdens zittingen en vergaderingen, dan mag er voortaan geen drank meer worden geschonken. De drooglegging geldt voor het hele parlementsgebouw: geen bar of restaurant mag voortaan nog alcohol verkopen aan politici en hun medewerkers.

De reden: je hoort niet te drinken tijdens werktijd. Die regel hoort niet alleen te gelden voor gewone werknemers in het bedrijfsleven, maar ook voor politici, aldus de voorstanders van het verbod (waaronder de sociaal-democraten en de nieuwe ANO-partij van de rijke zakenman Andrej Babis).

Niet iedereen is blij met het alcoholverbod. De conservatieve politicus en oud-minister van Financiën Miroslav Kalousek foetert bijvoorbeeld: “Als we deze regel doortrekken dat politici niet mogen drinken tijdens werktijd, dan mogen politici 24 uur per dag, 365 dagen per jaar niet drinken. Politici zijn immers altijd met hun werk bezig.”

Drank is overigens spotgoedkoop in Tsjechië, en in het parlement al helemaal: een glas sterke drank kost er slechts 60 eurocent, zoals Reuters becijfert. Geen wonder dus dat ze hebben besloten tot een alcoholverbod, want voor je het weet komen politici de dag na een vergadering pas om 12 uur ’s middags opdagen omdat ze last van een kater hebben. En dat voor slechts een handvol euro’s. Dat kan natuurlijk niet de bedoeling zijn.