Waarom het Boekenbal niet voor (gewone) schrijvers is

Traditiegetrouw wordt de Boekenweek geopend met het Boekenbal in de Stadsschouwburg Amsterdam. Vandaag, 7 maart, is het weer zover.

Ik ben nog nooit op Het Bal geweest. Logisch, ik ben geen uitgever, hoofdredacteur, pr-medewerker, eindredacteur, toiletjuffrouw, BN’er of HEB(B)S (Heul Erg Belangrijke (Bestseller) Schrijver). Ik ben gewoon een van de vele dichters in Nederland die weleens een bundel publiceren.

Bekende Nederlanders
Naast een stoet van uitgeverijmedewerkers komen er ook veel bekende Nederlanders op het Boekenbal. Sommigen hebben daadwerkelijk een boek geschreven, meestal met sprankelende titels als: ‘Mijn leven’, of ‘Mijn verhaal’, maar er is er ook een aantal dat daarvoor een ghostwriter heeft ingehuurd. Dat is best veel werk. Je moet je hele levensverhaal aan zo’n iemand vertellen en misschien nog het boek zelf lezen ook! Als dank mag je dan wel de hele avond op het Boekenbal rond paraderen. Tussen andere bekende Nederlanders die een boek over hun spannende en inspirerende leven mochten publiceren. Gezellig, hoor, zo onder elkaar. En best wel fijn dat er zo weinig gewone schrijvers op het bal zijn. Iedereen weet dat die niet normaal zijn, in stoffige kleren lopen, houterig dansen en veel te veel drinken.

Assepoester
Als kind droomde ik van het Boekenbal. Als je daar heen mocht was je een Echte Schrijver. Ik kon uren fantaseren over De Jurk die ik zou dragen. De rode loper. Na mijn debuutbundel in 2008 staarde ik begin maart elke dag naar mijn brievenbus. Tenslotte waren mijn gedichten in de kranten lovend besproken, weldra zou de uitnodiging voor het bal op de mat vallen. Er kwam geen brief van de uitgever. Als een voetballer op de reservebank, zo voelde ik me, Assepoester. Toch bleef ik hoop houden. Het kon nog best gebeuren, toch?

Jaloers
Het gebeurde nooit. Het waren altijd ‘anderen’ die gingen. Ook dichters die ik eigenlijk helemaal niet zo goed vond, maar als ik dat chagrijnig rondbazuinde zei iedereen dat ik gewoon jaloers was. En dat was ook zo. Op de uitgeverij waren alle medewerkers rond De Dag in feeststemming. Bijna allemaal mochten ze naar het bal. Redacteuren, secretaresses, PR-medewerkers. Ja, ook wel schrijvers hoor. Maar alleen Hele Belangrijke. Zoals Kluun en Saskia Noort bijvoorbeeld.

Pinda’s en bitterballen
In sociëteit De Kring in Amsterdam wordt elk jaar tegelijkertijd met het Boekenbal het alternatieve Bladenbal gehouden. Daar trad ik eens op, jaren geleden. Later haalde ik mijn auto uit de parkeergarage en reed naar de hoek van de straat, vlakbij de schouwburg waar het allemaal gebeurde. Ik had honger en trok een zak pinda’s open die op de achterbank lag. Kauwend staarde ik naar de rode loper, de televisiecamera’s, de bekende Nederlanders, de redacteuren, de PR-medewerkers. Bonnie st. Claire, Beau van Erven Dorens, allen werden ze opgevangen door het oranje plopkapje van RTL-Boulevard. Ach, kijk ze nou stralen, dacht ik teder terwijl mijn voet een pinda in de versleten vloerbedekking van mijn oude Renault drukte.

Eigenlijk moet er elk jaar een bal komen voor ons, gewone schrijvers. Het werkvolk. Die met de stoffige jasje en H&M-jurkjes. Bij een van der Valk in Ede of zo. Biertje, bakje bitterballen. Kost niks. Leuk toch. Hebben wij ook es wat.

Dichter Johanna Geels beschrijft de absurdistische en poëtische kant van de dagelijkse dingen.