Beeld van de economie verslechtert al weer. En best snel

Als beroepspessimist kan ik enorm vrolijk worden van een mooie zonnige dag. En dat is het vandaag. Maar ambtshalve schrijf ik over de economische realiteit en daar is de zon nog niet echt door doorgebroken.

Ik weet dat de regeringspartijen op dit moment over elkaar heen vallen om de vorige week uitgebrachte ramingen van het Centraal Planbureau als het gevolg van hun beleid te claimen maar ik denk – en daarin ben ik tamelijk consistent – dat er weinig reden voor een feestje is. Dat schreef ik vorige week en vandaag krijg ik er al wat meer bevestiging van.

De moeder van veel economische processen en mogelijke groei is de industriële productie, macro-economen kijken dan ook uit naar de cijfers over het producentenvertrouwen en de daadwerkelijke industriële productie.

Vanochtend maakte het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) cijfers bekend over de industriële productie in december 2013. Die waren hoopgevend met een groei van 2,1 procent ten opzichte van een jaar geleden. In januari 2014 was er sprake van 2 procent groei ten opzichte van een jaar eerder. Ronduit zorgelijk vind ik het dan als de omzet die daaruit voortvloeit volgens datzelfde CBS gelijk is gebleven.

Dat kan twee dingen betekenen: er wordt geproduceerd zonder dat er in voldoende mate orders tegenover staan. Of het betekent dat alles wordt verkocht maar tegen dalende prijzen. Tegelijk is er ook lichte dalende tendens in het productenvertrouwen. Wat ik denk te zien, zien de producenten zelf natuurlijk al veel eerder.

Om 11:00 uur kwamen daar vanuit Eurostat nog de Europese productiecijfers over januari 2014 bij. Daar is al sprake van een krimp van 0,2 procent terwijl er een stijging met 0,5 procent was verwacht. In de grootste economieën van Europa – en dan met name in Duitsland – is industriële productie van veel groter belang dan in Nederland.

Het is een vervelende vaststelling maar ik zie veel indicaties dat de kleine verbeteringen in de economie – eigenlijk zijn het niet meer dan minder slechte indicatoren – al weer over hun top zijn of dichtbij een top. Een dead cat bounce, in beleggingstermen.

Dr. Doom is een pseudoniem. Als belegger is hij verantwoordelijk voor het beleggingsbeleid van Beleggingsvereniging Fibonacci. Op het moment van het schrijven van deze column heeft de vereniging posities in Ahold, Akzo Nobel, Arcelor Mittal, ASML, DSM, Heineken, Philips, Shell en Unilever en is Short in de AEX. De positie in de AEX is kortlopend en wisselt regelmatig. Die kan dus nu al anders zijn. Volg Dr. Doom op Twitter.
———

Download de gratis app van Tablisto om ons maandblad op uw tablet te lezen
Volg HP/ De Tijd op Twitter