Jongetjes met een bal

Sinds het mooi weer is, loopt hier iedere ochtend op dezelfde tijd een jongetje door de straat. Een jongetje met een bal, op weg naar andere jongetjes, zonder bal.Ha, let op, ja: daar is-ie al.
Zeven jaar is hij, of acht – hoe dan ook: hij was vorig jaar nog te klein om alleen met zijn bal door de straat te sjouwen.
Het geluid van de stuiterende bal weerkaatst tegen de hoge huizen.

Straatbal
Mannen met een bal zijn overal ter wereld dezelfde. Wanneer mannen een bal van A naar B brengen, tillen ze die met de palm van hun rechterhand – bij hoge uitzondering klemmen ze de bal losjes tussen pols en heup, maar dat is toch vooral een pose.
Af en toe laten ze de bal voor zich uit stuiteren.
Niemand kan een bal vervoeren zonder hem af en toe te laten stuiteren.
Tok.
Toktok.
De bal van het jongetje is wit, met zwarte vlakken erop. Het is een zogenaamde straatvoetbal. Ieder jongetje heeft ooit wel eens een straatvoetbal gehad – een zwaar, rond geval dat bedekt was met een soort rubberen dopjes. Speelgoedwinkeliers konden dit soort ballen behoorlijk overtuigend aan de man brengen – kennelijk nog steeds:
‘Deze bal slijt niet.’
‘Deze bal is speciaal voor harde ondergronden.’
‘Deze bal speelt net zo lekker als leren ballen.’
Onzin. Wanneer u werkelijk van uw kind houdt, koopt u gewoon een leren bal. De straatvoetbal slijt dan misschien trager, maar wanneer de lucht uit z’n binnenste verdwijnt, blijft er een soort zware, rubberen zak over. Als ie niet voor die tijd al is lek gegaan.

Lente
Ach, stuiterende jongetjes… Waar zijn ze, in de winter? Staan ze voor het raam, starend naar de schemer die al is ingevallen tegen de tijd dat zij uit school komen? Misschien bestaan ze alleen in de lente en de zomer.
Vergeet wielrenners zonder beenstukken, vergeet vrouwen in korte rokjes. Stuiterende jongetjes kondigen de lente aan.