De Pinkpop Persconferentie en de wolken van Jan Smeets

Persconferenties ken ik vooral van de televisie. Mannen (soms vrouwen) zitten als verveelde pubers voor een stuk hardboard vol logo’s en geven ontwijkende antwoorden op knullige vragen. Bedenk dat de televisie alleen de minst saaie veertig seconden uitzendt en dat die gelegenheden soms langer dan een uur duren. Echt, bedenk dat eens. Als je op een vertraagde trein wacht bijvoorbeeld. Bedenk het en constateer dat het allemaal best meevalt, het leven.

Als Nederlandse muziekjournalist hoef je godzijdank slechts één keer per jaar naar een persconferentie. Het is er niet per definitie leuker dan op persconferenties van voetbaltrainers of mp’s, maar Pinkpop doet in ieder geval zijn best. Er zijn muzikale intermezzo’s, er is bier (niet gratis, maar toch) en presentator Giel Beelen bevalt mij in zijn rol van ongevaarlijk spottende nar heel aardig. En er is Jan Smeets. De knuffelbeer, de schietschijf, de idioot. De held.

Denigrerende grappen
Ik sta middenin de grote zaal van Paradiso naast een bevriende fotograaf. De line-up wordt onthuld en we maken de gebruikelijke denigrerende grappen (over Ed Kowalczyk en Bastille met name). Vaker nog kijken we elkaar zwijgend aan met blikken die zoiets betekenen als ‘nou nou’ en ‘zo zo’. Aan het eind van de rit prijkt het beste programma sinds jaren op het roze scherm boven het podium.

Dat was nodig. Pinkpop had te kampen met een stevig imagoprobleem. Beleving was het nieuwe toverwoord in festivalland, Lowlands de nieuwe koning en in Landgraaf hield men koppig vast aan het oeroude recept: een kleine veertig bands per editie en op elk van de drie festivaldagen een headliner die zo populair is dat de kaarten de deur uit vliegen.

Geen sinaasappels
Die headliners werden het probleem. Wegens versnippering van de vraag zijn er steeds minder Grote Namen, die bovendien gedeeld moeten worden met steeds meer festivals. Met Bruce Springsteen en Coldplay schoot Pinkpop raak, maar veel vaker stonden er bands als Kings Of Leon, Green Day, The Killers. Grote mandarijnen, zeker. Maar geen sinaasappels. En dan was er nog het drama van 2009. Depeche Mode moest afzeggen en werd op het laatste moment vervangen door Krezip. Die wond etterde jaren na.

Als je op het festival bent, merk je daar weinig van. Er hangt een prettige ongedwongen sfeer van niets hoeft en alles mag, hoewel dat laatste feitelijk niet klopt; er mag bijna niets. Dat valt alleen nauwelijks op, omdat ‘niets hoeft’ sterker is. Boven de zee van roze hoedjes kleurden de wolken ondertussen donkerder en donkerder.

In interviews probeerde Jan Smeets zijn frustraties altijd te onderdrukken. Kritiek deed hij af als nonsens, als jaloezie. Steevast zei hij: onze line-up is de beste. Soms was het net alsof hij het zelf geloofde. Ook op deze persconferentie doet Smeets zijn best om zijn emoties verborgen te houden. Op een vraag uit de zaal of hij vindt dat dit de beste line-up sinds jaren is, somt hij een reeks jaartallen op waar een tienjarig kind u tegen zegt. Maar toen had hij zich allang verraden.

Van alles mis
Een toneelstukje. Het begint met een telefoon die te vroeg afgaat. Dat geeft niet. Op de Pinkpop Persconferentie gaat altijd van alles mis. Filmpjes worden niet of te laat ingestart, artiesten staan nog niet klaar als ze aangekondigd worden. De instant classic van dit jaar: de winnaar van de eerste Pinkpopkaartjes hoeft ze niet te hebben.

De telefoonscène was hoe dan ook knullig geworden. Jan Smeets is behalve een prachtig figuur een acteur van likmevestje. De boodschap dat The Rolling Stones op Pinkpop komen spelen is eruit voor hij er erg in heeft. Wat hét moment had moeten zijn, wordt een anticlimax waar geen verloren WK-finale tegenop kan.

Smeets loopt het podium af. En dan gebeurt het. Hij tilt zijn onderarmen de lucht in, balt zijn handen tot vuisten en knijpt zijn ogen toe; het yes-gebaar. Onmiddellijk laat hij zijn armen weer zakken, maar het is gezien. De donkere wolken zijn getransformeerd tot één grote roze en Jan Smeets zit erbovenop.