Kroniek van het aangekondigde Niets

Omdat de wereld al opwindend genoeg is, keek ik naar de vertraagde uitzending van de tweede etappe in Tirreno-Adriatico.Op ongeveer vijftig kilometer van de streep druppelde de uitslag  al langzaam binnen.
Ene Pelucchi had gewonnen – een grote verrassing, scheen het.
Het moest een opwindende massasprint zijn geweest.
Op mijn televisiescherm hadden de renners nog een vol uur koers voor de boeg.
Het geeft een vreemd soort gevoel van superioriteit: kijken naar iets waarvan je de afloop kent. Alsof je een Journaal van een paar jaar geleden zit te kijken – de opwinding van toen is de relativering van vandaag geworden.

In de plooi
Je hebt mensen die wielerwedstrijden opnemen – bijvoorbeeld omdat ze er een baan of een sociaal leven op nahouden en hun agenda niet wensen te laten regeren door een etappe die vermoedelijk van trage voorspelbaarheid aaneen hangt.
Dat is dus onmogelijk: wielerkoersen dien je van A tot Z te savoureren, iedere schijnbaar doelloos vermaalde kilometer op weg naar een voorspelbaar einde draagt een wezenlijk belang in zich: de spanning bouwt zich op, de druk achter de kogel neemt toe.
Het gaat knallen al weet je nooit zeker wanneer.
Soms ligt een koers ‘vast’. Of, zoals Michel Wuyts het noemt: ‘in de plooi’.
Wat hij bedoelt: er gebeurt urenlang niets van belang en de tijd zal moeten worden volgebabbeld met historische wetenswaardigheden over de regio en analyses van de krachtsverhoudingen tussen volstrekt onbekende renners.
Wie naar een opgenomen koers kijkt, kan deze kilometers gerust doorspoelen. Zo blijft er van de staat van zen waarin je als wielerkijker moet zien te geraken natuurlijk weinig over.
Tip: doe het niet.

Vier uur in de file voor tien minuten strand
Het komt niet vaak voor dat je naar een koers kijkt waarvan je de uitslag al weet en die je toch niet kunt doorspoelen, zoals ik gister.
Zo gebeurde het dat ik me onmogelijk kon vereenzelvigen met de Brit Dowsett, die wanhopig trachtte het peloton voor te blijven.
Een peloton voorblijven in je eentje kan, in theorie, maar in de praktijk gebeurt het nooit. En toch: je wilt erbij zijn als het plots wel gebeurt, het leven is hopen op het onmogelijke en underdogs zijn de leukste honden.
Ik had Dowsett naar de streep willen schreeuwen, ik had willen bidden voor een stilvallend peloton, maar het zou stom zijn geweest: die Dowsett ging ingelopen worden en ene Pelucchi, wie het ook was, zou gaan winnen.
Waarschijnlijk nog in een massasprint ook.
Ik haat massasprints, tijdens massasprints sta ik altijd in de keuken te hopen dat ze het allemaal overleven. Bovendien heeft het iets doms, sprinten: tweehonderdzoveel kilometer tactisch spel die leidt tot tweehonderd meter om het hardst fietsen – da’s vier uur in de file voor tien minuten op het strand.

In de slotfase haalden de renners de meest halsbrekende toeren uit om het onvermijdelijke te vermijden – namelijk dat Pelucchi zou gaan winnen.
‘Demare zit in een heel goeie positie,’ zei commentator Sven Nys.
‘Greipel ook goed voorin,’ vulde Renaat Schotte aan.
Ach wat, dacht ik. Zeg liever eens wat over Pelucchi.
Bij het overschrijden van de finish wisten ze bij Sporza nog steeds niet wie er gewonnen had.
Ik stond alweer in de keuken en riep: ‘PELUCCHI!’
‘Pelucchi,’ riep Renaat Schotte. ‘Wat een verrassing! Geweldig!’
De wereld is al opwindend genoeg, maar ik geloof dat ik toch liever live naar wielrennen kijk.