Debutant Stefan Popa: ‘Ik mag niet langer onzeker zijn over mijn schrijven’

Schrijver Stefan Popa (1989) groeide op als zoon van een Roemeense vader en Nederlandse moeder, in het veilige, vrije Nederland. Voor zijn debuut Verdwenen grenzen, dat eind februari verscheen, kroop hij in de huid van een jong stel dat leeft in het communistische Roemenië van de jaren tachtig.

Je bent half Roemeens en half Nederlands, hoe heeft die achtergrond je geïnspireerd om dit verhaal te vertellen?
“Mijn vader is vanwege de politieke situatie in Roemenië naar Nederland gevlucht. In Verdwenen grenzen komen Florica en Remus elkaar in diezelfde tijd tegen. Remus is een dichter die wil schrijven zonder censuur van het communistisch regime onder Nicolae Ceaușescu, terwijl Florica smacht naar vrijheid in plaats van een door haar familie gedwongen huwelijk. Ze krijgen een relatie en vluchten vervolgens naar West-Europa. Ik ben zelf in Nederland opgegroeid, en ons gezin ging eigenlijk zelden naar Roemenië. Uiteindelijk ben ik nieuwsgierig geworden en ben ik voor Verdwenen grenzen op zoek gegaan naar mijn Roemeense roots.”

Voor iemand die schrijft over het Roemenië van de jaren tachtig ben je opvallend jong. Hoe moeilijk was dat?
“Het was ontzettend lastig om te schrijven over opgroeien in een dictatuur als je het zelf niet mee hebt gemaakt of er geen persoonlijk trauma aan over hebt gehouden. Maar het betekent ook dat ik er met andere ogen naar kijk. Het verhaal vergde heel wat onderzoek, inlevingsvermogen en fantasie. Ik heb me flink ingelezen met onder meer de boeken van Herta Müller. Ik ben de afgelopen tijd veel in Roemenië geweest. Om vakantie te houden, maar ook om impressies op te doen voor mijn verhaal. Ik besprak veel met mijn vader en met mijn oma, die er nog steeds woont. Ze konden destijds bijvoorbeeld in één oogopslag zien of iemand bij de communisten hoorde of niet. Moeilijk voor te stellen hoe zo iets werkt, maar ik heb een hoop gehad aan alle gesprekken.”

Hoelang ben je al bezig met schrijven?
“Ik schreef altijd al, maar wanneer mag je jezelf een schrijver noemen? Ik heb journalistiek gestudeerd aan Hogeschool Windesheim in Zwolle, maar kwam er al snel achter dat ik verhalen vertellen nóg leuker vond. Ik heb flink wat vingeroefeningen gedaan, maar het balletje begon pas echt te rollen toen ik werd benaderd door een literair agent die mijn weblog had gelezen. Hij was enthousiast en steunde me om door te gaan met het boek. Het heeft uiteindelijk zo’n drie jaar geduurd om het af te krijgen.”

Had je veel van je debuut verwacht?
Nee. Debutanten krijgen maar weinig aandacht, dus ik rekende nergens op. Ik was ook heel onzeker over mijn schrijven, of het wel goed genoeg was. Ik ben nogal een bang type.”

Ben je nog steeds onzeker over het boek?
“De onzekerheid verdween wel toen ik de recensie van Jeroen Vullings in Vrij Nederland las. Hij noemde mij ‘een vitale verteller’. Dat geeft zelfvertrouwen. Misschien was ik wel gestopt met schrijven als het boek was afgeslacht, maar ik vind nu van mezelf dat ik niet langer onzeker mag zijn over mijn schrijven. Ik ben een pleaser en wil graag iedereen tevreden houden, maar soms moest ik harde keuzes maken tijdens het schrijven. Ik denk nu dat ik mijn roeping wel gevonden heb.”

Hoe bevalt het bestaan van een schrijver na het eerste boek?
“Het klinkt wellicht wat zweverig, maar ik heb drie jaar lang mijn ziel op papier gezet. Het was erg zwaar, maar toch is het ook een heerlijk bestaan. Lekker achter je pc’tje kruipen en nadenken. Om dit boek te schrijven heb ik mijn baan moeten opzeggen om me volledig op het schrijven te concentreren. Daar heb je wel veel vertrouwen voor nodig van je omgeving.”

Heb je al plannen voor een tweede boek?
“Zeker, ik ben na de boekpresentatie eigenlijk meteen aan de slag gegaan. Ik werk nu aan een roman die zich in een klein strookje van Nederland afspeelt. Het gaat over drie personen die min of meer vast zitten in hun omgeving. Meer kan ik er voorlopig nog niet over zeggen.”

Verdwenen grenzen van Stefan Popa is hier te koop.