De Tweede Wereldoorlog is handel. Nu in Rotterdam

Van een muffe teddybeer tot een gesmolten naaimachine, en van een twaalfdelige bestekset tot een bord met de tekst ‘Voor Joden verboden’. En zeker de knikkers, die waren van Anne Frank. De Tweede Wereldoorlog is handel, zolang al die dingen maar bij elkaar staan. Dat blijkt momenteel in Rotterdam, waar in de Kunsthal de tentoonstelling ‘De Tweede Wereldoorlog in 100 voorwerpen‘ plaatsvindt.

Het aantal bezoekers – groot en klein – was onverwacht hoog, namelijk drie maal meer dan gedacht. Drie maal is veel. In de weekenden kan je er dus bijna niet in. De makers, onder wie samensteller Ad van Liempt, gingen uit van 35.000 bezoekers. Dat lijken er nu ruim 100.000 te worden. Die 35.000 verschenen namelijk al na één maand. Verbazend.

kunsthal1
De Kunsthal in Rotterdam

Goedkope keramisch knikkers
Mazzel speelde wel een rol overigens. Het Nationaal Comité 4 en 5 mei organiseerde deze expo en strikte de koning (de lijnen zijn daar nogal kort). Maar een week vóór de opening kwam opeens dat blik van Anne tevoorschijn, met die knikkers. Ze werden linea recta naar Rotterdam gestuurd, en daar raakte zelfs CNN van onder de indruk. Het zijn niet eens glazen knikkers, maar die goedkope keramische dingen die je vroeger had, die je zo makkelijk kapot kan trappen.

En niet te vergeten: de ‘Reichskredietkassenscheine’ waarmee de Duitsers onze economie uitholden. Toen de Duitsers kwamen namen ze dit namaakgeld mee en stelden ze het gelijk aan de gulden. Omdat het geaccepteerd moest worden kochten ze zich helemaal suf: chocola, boter, jenever, schoenen, noem het maar op. Tot grote vreugde van de middenstand en horeca. Totdat bleek dat de Nederlandsche Bank er helemaal geen cent voor kreeg uit Duitsland.

Dankzij de samenwerking van 25 oorlogsmusea en -instellingen werden ook halve vondsten herenigd. De geallieerden gebruikten tijdens de Tweede Wereldoorlog dummy’s  met parachutes en explosieven op hun rug, die ontploften als ze de grond raakten. Twee musea vonden ieder een halve pop.

Stampende nazilaarzen
Er ontbreekt overigens wel het nodige. De Nederlandse onderzeeërs deden het, als je dat zo kan zeggen, fantastisch tijdens de oorlog. Er moest er dus nog vast ergens één zijn. De Nederlandse koopvaardij verloor ongeveer tweederde van al haar schepen – dus een boeg of een brug van een schip kan er ook wel bij. En de Nederlandse luchtmacht vocht zich in drie dagen dood – dus één typerend vliegtuig mag wel. Liefst een Fokker G1, een tweemotorig geavanceerd toestel. Ook leuk: particulieren konden er luchtdoelgeschut op na houden, Calvé in Delft had dat bijvoorbeeld.

Überhaupt is de Nederlandse luchtoorlog (een stokpaardje) een verloren bladzijde: bijna 6.000 toestellen stortten op Nederlandse bodem neer in vijf jaar. Dat zijn er gemiddeld drie per dag. En van de luchtoorlog zou ik dan ook graag een geluid horen: dat van een Britse vliegtuigmotor, het liefst de 12-cylinder Rolls-Royce Merlin, die in Spitfire-jagers en  Lancaster-bommenwerpers zat.

Dat ronkende, dreunende gedonder – vliegtuigen hebben geen knaldempers – hoorden de bezette Nederlanders vrijwel elke dag en nacht opnieuw uit de hemel komen. Het schiep hoop en vrees tegelijk. Ik heb het alleen een keer op een afstand gehoord, en verlang naar meer. Dat ding zet je dan vijf minuten per uur aan. But don’t mind me now. 

Het tweede geluid is veel simpeler: stampende nazilaarzen, met ijzer beslagen. Voor veel Nederlanders was dat het eerste geluid van de oorlog dat ze hoorden, en daarna week in week uit opnieuw. Niet te moeilijk doen, maak desnoods een stampmachine. Wel op straatklinkers graag.

Een blijvertje
Maar het voorwerp der voorwerpen ontbreekt aan de tentoonstelling: het dagboek. Tja. Waarom werd het niet eens ergens vermeld? Het zal wel te kwetsbaar zijn.

Op die een paar voorwerpen na is dit de ideale Nederlandse oorlogscollectie. (Dat geplande nieuwe museum in Nijmegen krijgt hier een hele hijs aan.) En het is Nederlandser dan Nederlands: er is zelfs een Sinterklaaspak met geheime vakken. En diverse fietsen.

Eindelijk kunnen bezoekers van elders in één ochtend een indruk krijgen wat de oorlog hier eigenlijk voorstelde, en wat er door sommige Nederlanders heen ging. Dit museum dient wat mij betreft te blijven. De tentoonstelling kan misschien rondreizen: naar Maastricht en Groningen. En ik sta niet alleen met dat idee: 100.000 zullen het met mij eens zijn.

Arthur Graaff is hoofdredacteur van Nieuws.wo2.tk.

Anne Frank huis
De goedkope keramische knikkers van Anne Frank (copyright foto: Diederik Schiebergen | Publ.)
Aalten
Duitse ‘Reichskreditkassenscheine’ die onze economie verpestte. (copyright foto: Diederik Schiebergen | Publ.)