Louis, Geert, Hugo en het zegenrijke werk van Mike Godwin

Gisteren, toen ik na een feestelijke dag thuiskwam, las ik in het boek dat Hugo Borst heeft geschreven over zijn Louis van Gaal-obsessie terwijl ik met een half oog naar de Verkiezingsavond van de NOS keek.

(Soms geloof ik dat de actualiteit is uitgevonden voor actualiteitenprogramma’s in plaats van andersom).
De speech van Wilders werd vertoond – niet voor het eerst, zo leek het. Een dag eerder had men na een discussie van twintig minuten geconstateerd dat Wilders overdreven veel aandacht kreeg. De ironie leek iedereen te ontgaan.
Wilders maakte een ontspannen indruk, hij was helemaal in zijn boosaardige element.
Hij wilde minder Europese Unie.
Minder PvdA.
En ook minder Marokkanen.
Gingen ze regelen, bij de PVV.
De vraag “Hoe dan?” zweefde als een omen voor ooit door de zaal.

Liefde voor Louis
Op pagina 323 van Borsts boek ‘O, Louis’ begint het hoofdstukje “Hitler”. Ooit zei de Braziliaanse voetballer Giovanni, een technisch begaafde slapjanus met een slepend been, in mijn herinnering, namelijk het volgende: ‘Voor Braziliaanse voetballers is Louis van Gaal Hitler.’
Zo zie je: stupiditeit komt overal voor en Mike Godwin heeft nog veel zegenrijk werk te verrichten.

Volgens de mensen die Borst voor het boek interviewde, is Van Gaal Hitler niet. De namen Stalin en Mussolini vallen – als hyperbolen, mag je hopen.
Ik probeer me Louis van Gaal voor te stellen in de kleedkamer van Barcelona: ‘Willen we meer of minder Europese prijzen? Willen we meer of minder Cruijff? Willen we meer of minder Brazilianen? Ga ik regelen.’

Lukt niet: Van Gaal is geen dictator. Wilders trouwens ook niet – al is zijn imitatie al een heel stuk verdienstelijker. Hij wil wel, het ontbreekt hem vooral aan talent.
Van Gaal heeft toch vooral iets aandoenlijks, hij is het soort sociale onbenul over wie het je heerlijk opwinden is. Hij hoort er helemaal bij, zijn geschreeuw geeft je het warme gevoel dat sommige dingen nooit veranderen. Je weet: als ik hem ontmoet, valt hij mee.
Je kunt niets anders voelen voor Van Gaal als een milde verbazing, vermengd met een warm soort mededogen. Lees Hugo’s boek en weet: die honderden pagina’s vol pesterijen en sneren; dat is pas liefde.
Voor Wilders is het onmogelijk iets anders te voelen dan minachting en koude rillingen.
Toch anders.