Zetelroof van vertrekkende PVV’ers is verlies voor democratie

Tegenstanders van de PVV reageren veelal verheugd nu er diverse landelijke, regionale en lokale politici uit de partij zijn gestapt.

Op internet circuleert de grap dat Wilders’ verzekering dat hij ‘minder Marokkanen’ zou ga ‘regelen’ vooralsnog alleen heeft geresulteerd in minder PVV’ers. Maar de grappenmakers zien over het hoofd dat de kiezers die hun stem aan de PVV hadden toevertrouwd deze in rap tempo minder waard zien worden. De meeste opgestapte PVV’ers hebben namelijk besloten hun eigen zetel te houden en als onafhankelijk Kamer-, Staten- of raadslid door te gaan.

Wilders’ uitspraken kwamen niet onverwacht
Al deze volksvertegenwoordigers hebben hun zetel te danken aan de populariteit van Geert Wilders. Geen van hen behaalde een kwart van de kiesdrempel, die vereist is om zelfstandig in de volksvertegenwoordiging te komen. Het Nederlandse kiesstelsel is nu eenmaal meer gericht is op partijen dan op individuen, met als gevolg dat partijleiders veel meer aandacht krijgen dan de overige kandidaten. Dat betekent ook dat kiezers hun keuze grotendeels baseren op uitspraken van die leider. In het geval van de PVV is de partijleider tevens oprichter en boegbeeld.

Het huidige stelsel biedt politici de nodige ruimte om individueel tot hun standpunten te komen. Zo worden ‘overige’ partijleden beschermd tegen onverwachte koerswendingen van hun leider of hun partij. Wilders’ uitspraken kunnen echter moeilijk onverwacht worden genoemd. In de afgelopen jaren initieerde hij (overigens samen met de nu opgestapte Joram van Klaveren) een Marokkanendebat, gaf hij te kennen dat hij ‘hoofddoekjes rauw lustte’, mochten Marokkaanse straatterroristjes wat hem betreft door de knieën geschoten worden en kwam hij met de dehumaniserende term ‘kopvoddentaks’ op de proppen. Ondanks, of misschien wel dankzij, deze harde taal van Wilders kon de PVV in verkiezingen en peilingen op veel steun rekenen.

Ordinaire zetelroof
Dit in oogschouw genomen is het niet-teruggeven van de zetel aan de PVV ordinaire zetelroof. Net zoals Wilders’ afsplitsing van de VVD in Groep Wilders destijds evengoed zetelroof was. De PVV-kiezers zitten nu her en der met volksvertegenwoordigers van wie het onduidelijk is wat hun ideeën en plannen zijn en of die wel corresponderen met datgene waar zij hun stem aan hebben gegeven. Dit probleem vloeit voort uit het feit dat in ons stelsel de meeste volksvertegenwoordigers lijstvulling zijn en geen persoonlijke band hebben met de kiezer, zoals in een districtenstelsel het geval is. Al heeft dat stelsel weer nadelen die ons stelsel niet heeft.

In ons kiesstelsel behoren zetels dus eerder toe aan partijen dan aan individuen. Het zou mooi zijn als er een ongeschreven regel bestond dat politici die niet een kwart (of desnoods een bescheiden een tiende) van de kiesdrempel behalen, hun zetel ter beschikking stellen aan hun partij als ze die niet meer zien zitten. Want kiezers moeten erop kunnen vertrouwen dat een stem op hun partij niet een stem op tig splinterfracties blijkt te zijn.
Wie de democratie echt een warm hart toedraagt, staat daarom niet te juichen bij het uiteenvallen van de PVV, maar vraagt zich af wat de PVV-stemmers van Wilders’ uitspraken vinden. Stroken die met wat zij voor ogen hadden toen ze op de PVV stemden? Staat het aantal PVV-stemmers dat de partij nu de rug toe keert in verhouding met het aantal opgestapte volksvertegenwoordigers? Kleuren de stemmers, ondanks Wilders’ uitspraken, de volgende keer weer het vakje bij zijn naam rood?
Dat zijn de vragen die in een gezonde democratie aandacht verdienen.

EenVandaag beantwoordde deze vragen, kort na publicatie van deze column, gedeeltelijk. Ruim zeven op de tien PVV-stemmers vonden dat Wilders’ uitspraken door de beugel konden, 85 procent had nog steeds vertrouwen in de partijleider.