De Grote Maarten Tjallingii-show tussen Milaan, San Remo en Milaan

Op de Belg deden ze gister nog of ze verbaasd waren, over Maarten Tjallingii. Die reed me daar gisteren ongeveer het hele stuk tussen Milaan en San Remo in z’n eentje aan de leiding. Vonden ze gek, die Belgen.

In België is dat niet normaal, om vanuit de start te demarreren en er dan gewoon de hele dag vandoor te gaan. Daar denken ze de wijsheid in pacht te hebben, met hun “tactiek” en zo – alleen maar omdat zij toevallig al vanaf de Middeleeuwen de helft van alle belangrijke wedstrijden winnen. Dan zou je kunnen denken: er zit wat in, in die “tactiek”. Moet je net Maarten hebben: die weet natuurlijk wel dat er zoiets is als tactiek, en dat dat betekent dat de aardplaten langzaam over elkaar schuiven, maar het fijne weet hij er ook niet van en waarom zou ie ook? Bij de ploeg geven ze hem ‘s ochtends een routekaartje en een fiets en de rest wijst zich wel min of meer vanzelf. Hij heeft ze bij het eten wel eens horen praten hoor, over strategie en weet hij veel wat, maar hij moet daar niks van hebben: strategie duurt ‘m te lang en hij loopt trouwens toch altijd meteen met z’n generaal op een bom.

280 kilometer
En regenen dat het deed, gisteren in Milaan! Alsof na een eeuw dopinggebruik dan toch eindelijk de Zondvloed was losgebarsten. Ze wisten niet hoe ze het hadden, die nuffen op hun lichtgewicht fietsjes. Wat wil je ook: rijden het hele voorjaar in de woestijn, beetje bijbruinen en dan opeens: een gevoelstemperatuur van -31. Da’s toch schrikken. Niet voor Maarten trouwens, want hoe zenuwachtiger de rayonhoofden worden, hoe beter hij gaat rijden. Niks geen Oman of Qatar voor Maarten: een trainingskamp in Lapland! Houten banden mee, een berenmuts over je helm en een geweer op je rug, om tijdens de training je avondeten te schieten. Word je een kerel van, volgens Maarten.

Dat komt namelijk zo: Maarten is vroeger mountainbiker geweest. Dan kun je wel een beetje afzien hoor, als je mountainbiker bent geweest. Bij de gemiddelde mountainbikerace wordt het podium gevormd door de drie overlevenden – als die er zijn natuurlijk. Rijden er twee mountainbikers samen naar de streep, dan volgt er geen sprint, maar wordt de fiets even in de berm gelegd voor een flinke knokpartij. Een sport voor kerels, mountainbiken, in elk geval meer dan dat steriele fietsen op stukken aarde waar dan net toevallig het beste asfalt ligt. Bij Milaan-San Remo hadden ze er zelfs een bergje uitgehaald omdat de keitjes er niet helemaal goed bijlagen! Hahaha! Nog goed dat ze dat niet tegen Maarten Tjallingii hadden verteld, want die was niet meer bijgekomen. Die vindt überhaupt wegdek al overdreven.

280 kilometer, riepen de Belgische commentatoren steeds. 280 kilometer had Maarten Tjallingii aan de leiding van Milaan – San Remo gereden. Weten zeker niet dat Maarten destijds exact 318 kilometer van zijn favoriete bakker is gaan wonen om het ochtendlijke boodschappenrondje aan uitdaging te laten winnen. 280 kilometer is voor Maarten Tjallingii wat voor gewone mensen het beklimmen van een iets te lange trap is: als je ermee klaar bent, voel je het in je benen en weet je dat je weer eens wat aan je conditie moet gaan doen.

Twee gebruinde stukken gatenkaas
‘De regen doet zijn werk,’ zei Michel Wuyts, terwijl de ene “toprenner” na de andere het tempo niet kon bijhouden. Dat kwam door het weer. Maarten is dol op slecht weer, daar leeft hij voor. Er hoeft maar een Noordwesterstorm te worden aangekondigd en Maarten zit al op de fiets richting de Afsluitdijk – met vijftien kilo lood aan zijn frame om niet meteen in zee te wapperen. Dan rijdt hij net zo lang tegen de storm in tot de Noordzee begint, neemt de trein terug naar Friesland en begint opnieuw. Hetzelfde met regen: geef een Tjallingii een regenbui en hij holt naar buiten. Dat was twee eeuwen geleden al zo, toen de Tjallingiietjes op een primitief soort rijwielen rechtstreeks uit het Land van Laaf Friesland binnengestoempt kwamen. Hoe het kwam, wist niemand, maar ze kwamen alleen naar buiten als het zeek van de regen, liefst nog van die vlagerige regen die op rukwinden uit Noord-Zweden aan kwam zetten.
Zo ging dat vroeger – en er is verdraaid weinig veranderd.

Ondertussen reed Maarten Tjallingii gister door, alsof hij nooit iets anders doet. Het aardige is: dat is ook zo. Over sommige renners wordt wel eens gezegd dat je ze van hun fiets moet schieten, omdat ze anders niet van ophouden weten. Is vaak overdrachtelijk bedoeld.
Niet bij Maarten: iedere dag om 20:00 uur ’s avonds gaat zijn vriendin in de deuropening staan, dat geweer uit Lapland in de aanslag en als Maarten dan voorbij komt scheuren, legt zijn vriendin aan en schiet. Kijk maar eens van dichtbij naar de benen van Maarten Tjallingii, dat zijn twee gebruinde stukken gatenkaas: vol kogelgaten.
’s Avonds, als zijn vriendin Nieuwsuur kijkt, zit Maarten naast haar op de bank de kogel van die dag uit zijn lijf te pulken met een roestig aardappelmesje. Als dat gelukt is, kiepert hij een klotsje pure alcohol in de wond om de zaak te ontsmetten. En dan gaat het de volgende dag meestal wel weer.

Milaan – San Remo – Milaan
Een voor een schudde Maarten gisteren zijn medevluchters als gerafelde washandjes van zich af. Hij stoomde door op weg naar San Remo, en hij had ongetwijfeld gewonnen als hij van tevoren geweten had dat daar dus echt de finish lag. Hadden ze hem ook wel gezegd hoor, bij de ploeg, maar hij was het glad vergeten. Was-ie ergens halverwege de Cipressa in de war geraakt met die klassieker waarbij je ook weer terug moet naar de start, net als bij een fietsomloop. Kom, hoe heet ie. Ja, precies: Luik-Bastenaken-Luik!
Die Maarten… Begon zijn benen wat te voelen op de Cipressa en dacht waarschijnlijk bij zichzelf: als ik niet een beetje rustig aan doe, kan ik winst in Milaan – San Remo – Milaan wel vergeten.
Op de Belg deden ze alsof het heel normaal was dat Maarten Tjallingii gisteren kort voor de finish werd ingelopen.

Maar dat was het dus niet.