Dit is het enige echte verhaal van de deur van mijn sportschool

Ik zie een jongen. Hij zet zijn fiets op slot. Een oude mountainbike is het, met een soort rode rupsbanden waarmee je diepe modderstromen in Afrikaanse bossen kunt doorkruisen.

We zijn nu niet in Afrikaanse bossen, we zijn bij een sportschool van het goedkopere soort, het soort sportschool waarvan je pasje na opzeggen van het abonnement spoorloos schijnt te verdwijnen waardoor het bescheiden abonnementsgeld nog jaren later wordt afgeschreven. Bij hoeveel gestorven ex-leden zal nog iedere maand 11,95 euro van de rekening worden gehaald? Misschien blijven de prijzen daarom zo laag, omdat de doden meebetalen.
Enfin.

De jongen hannest met z’n kettingslot. Terwijl hij de ketting door zijn spaken steekt, begint de fiets te wankelen. Wanneer hij met een hand de fiets in balans houdt, glijdt de ketting uit z’n handen.
Dit gebeurt drie keer achter elkaar.
Als de fiets eenmaal op slot staat, stoot de jongen een fiets ernaast om.
Een grote, stevige, glimmende fiets met een soort kinderfauteuil voorop, is het. Fietsen worden steeds groter en steviger, lijkt het. Hummer-tweewielers met Harley-sturen.
De wereld wordt iedere dag een beetje voller, iedereen moet inschikken en de fietsen zijn een soort tanks geworden.

De jongen raapt de fiets van de grond en zet hem tegen een lantaarnpaal.
Hij loopt naar de deur.
De deur van de sportschool is van glas, net als de rest van de gevel. Een wereld van stalen lijven, van urenlang gedachteloos aan een hendel trekken om een stapeltje gewichten op en neer te bewegen, zo dicht bij de normale, alledaagse mensenwereld.

Spiegeling
Zo direct opent de jongen de poort. Dan loopt hij langs de balie waar altijd dezelfde mensen-achter-de-balie bezig zijn met dingen waarvan je je maar een vage voorstelling kunt maken en haalt hij zijn persoonlijke pasje door een gleuf.
Nog drie stappen.
Nog een.
Ik kan zien hoe de jongen kracht zet, hoe hij de glazen deur met een soepele zwaai naar voren dacht te bewegen en hoe dat tegenvalt.
Zijn greep verslapt.
Tweede poging, nu zet hij zijn schouder tegen het glas.
Met tegenzin opent de deur zich voor de jongen.
Het moet een vrij gênant gezicht zijn, een jongen die de deur van de sportschool niet open krijgt. Maar ik kan hem niet meer zien, want de spiegeling van het glas is weg.