Michel Mulder over Duidelijketaalprijs 2014: ‘Pffff. Eeeh, ja’

Michel?

‘Huh?’

Je spreekt met Frank Heinen van HP/De Tijd, we bellen naar aanleiding van de Duidelijketaalprijs.

‘Wellek?’!

De Duidelijketaalprijs!

‘Oh ja. Die.’

Welk gevoel overheerst? Blij? Verheugd? Opgetogen? In je nopjes?

‘God ja, nou ja, wat jij zegt wel, dus.’

Je hebt Sven Kramer en Ireen Wust verslagen, niet de minsten. Trots? Vereerd?

‘Ook wel, ja.’

Weet je wie de prijs eerder wonnen?

‘Nee.’

Minister Dijsselbloem, Mark van Bommel, Anita Witzier…

‘Hm. Nou ja, je doet je best.’

Wie?

‘Zij. Nou, en ik dus ook, ergens, geloof ik.’

Ben je zelf eigenlijk van mening dat je duidelijke taal spreekt?

‘Mwoah.’

Hoe zit het eigenlijk met je eloquentie?

‘Met m’n WAT?’

Excuus. Wat denk je dat voor de jury een doorslaggevende rol heeft gespeeld in de keuze jou uit te roepen tot winnaar?

‘Pfffffff, moeilijk. Eeeehhh… Kweenie. Denk ik. Dus dat.’

Het is misschien een heel stomme vraag…

‘Nee hoor.’

… ik ga ‘m nu pas stellen: spreek je duidelijker dan je tweelingbroer Ronald?

‘Ach, duidelijker, duidelijker… Wat is duidelijker? Ik vind dat een vaag begrip, “duidelijk”. Het woord duidelijk vind ik niet eens duidelijk, als je begrijpt wat ik bedoel.’

Nee.

‘Maakt niet uit.’

Is Ronald blij voor je?

‘Ik heb ‘m gebeld om te vertellen dat ik gewonnen had, maar ik weet niet of hij begreep waar het over ging. Hebben we wel vaker.’

Terwijl je van tweelingen toch vaak hoort dat ze aan een half woord genoeg hebben.

‘Geldt voor ons ook. Pas als we echt gaan praten, gaat het mis.’

In het persbericht stond te lezen dat je de journalisten in Sochi vaak meer informatie gaf.

‘Eeh… Dat zijn hun woorden.’

Hoe bedoel je?

‘Hunnie zijn het die dat zeggen.’

Maar wat ik bedoel is: kun jij je erin vinden?

‘Waarin?’

In die woorden.

‘En wat moest ik precies vinden?’

Laat maar.  De jury noteerde verder een opvallende opgang van het woord “genieten”. Er wordt wat afgenoten in de sport, zeggen ze.

‘Ik heb het gelezen.’

En wat dacht je?

‘Ja, genieten natuurlijk. Geweldig als ze dat over je zeggen.’

Geniet je ook van een verloren race, zoals de jury suggereert?

‘Nee, dan ben ik in principe dus niet, nou ja, te genieten. Maar wat ik wel doe: eehm, hoe heet het nou? Er is een woord voor…. Mezelf toespreken, dat is het. Ik spreek mezelf dan altijd streng toe.’

En helpt dat?

‘Als ik mezelf heb toegesproken, ben ik niet meer niet te genieten. Gegarandeerd.’

Echt?

‘Ja. Dan ben ik in de war.’

Mogen wij je van harte feliciteren met alweer een gouden plak?

‘Eeh, ja hoor.’

Wat ga je nu doen?

‘Stukkie genieten, da’s duidelijk.’