De gedode overvallers en het onderbuikgevoel – een verhaal

Jan heeft genoeg om zich zorgen over te maken, maar vandaag moet het gezellig worden. Peter en Wilma komen barbecueën. Even de boel de boel laten, zegt Yvon. Jan drinkt zijn bier en doet zijn best.

Trots laat hij de nieuwe gasbarbecue zien. Peter lijkt onder de indruk. In de keuken zijn de dames bezig met de laatste voorbereidingen.
“Lekker veel vlees,” zegt Jan.
Peter neemt een slok bier. “Komt Kevin nog? Ik heb hem lang niet gezien.”
“Hij komt dadelijk.”
Jan weet niet of het waar is. Kevin komt de laatste tijd vaak laat thuis. Yvon heeft nog een whatsappje gestuurd, maar hij heeft niet gereageerd.

*

Kevin is geen erg snelle leerling. Een dromer, zegt Yvon. Twee klassen gedoubleerd, een keer gezakt voor zijn VMBO en nu de oudste van de klas bij de opleiding Metaalbewerken. Jan heeft zich nooit veel met zijn opvoeding bemoeid. Hij zat meestal op de weg. Schoenen naar Spanje, varkens naar Italië, televisies naar Rusland.

Sinds de Polen zijn gekomen is er minder werk. Het enige voordeel is dat Jan zijn zoon vaker kan zien. In het begin deden ze vader-zoondingen. Samen naar de voetbal, samen naar de trekkertrek. Sinds het ongeluk en de ruzie die daarop volgt, lijkt Kevin hem op afstand te houden. Het is de leeftijd, zegt Yvon. Het gaat wel over.

*

Het gebeurde aan het eind van de vorige zomer. Op een zaterdagochtend wordt Kevin door twee agenten thuisgebracht. Met drie promille alcohol in zijn bloed de Mercedes van zijn pa tegen een boom geparkeerd. De jongen markeert niets, de auto is total loss. Als de agenten vertrokken zijn, kan Jan zich niet inhouden. Die maandag houdt Kevin zijn zonnebril op in de klas. Een oogontsteking, zegt hij.

Mo, de rechtsbuiten van zijn voetbalteam, had beloofd te rijden. Hij drinkt toch niet. Aan het eind van de avond meldt Mo dat hij met een meisje mee naar huis gaat. Kevin weet dat zijn pa de auto de dag erna nodig heeft. Hij voelt zich niet heel dronken.

*

Sinds het ongeluk voelt Kevin dat zijn vader hem op afstand houdt. Hij neemt zich voor een nieuwe auto te kopen, maar met zijn bijbaan als afwasser duurt het jaren voordat hij alleen al de boete heeft afbetaald.

Mo weet wel iets. Koper, daar zit geld in. Kevin en Mo breken meerdere keren in op bedrijventerreinen. De laatste keer worden ze betrapt. Ze komen net op tijd weg. De buit blijft achter.
“Dit is kruimelwerk,” zegt Kevin. “Laten we het gewoon in een keer goed doen.”

Via een neef regelt Mo twee namaakpistolen, niet van echt te onderscheiden. Een week lang gaan ze elke dag kijken. Een oude man, rond sluitingstijd altijd alleen in de winkel. Appeltje eitje.

Mo zet de auto op de invalidenparkeerplaats voor de winkel. Door de etalageruit ziet Kevin dat de ouwe alleen is. Zijn telefoon trilt. Een bericht van zijn moeder. “Kom je zo? Peter en Wilma zijn er al. Ik heb speciaal voor jou shaslicks gekocht. Liefs!”

Kevin trekt zijn handschoenen aan. Zijn handen voelen klam aan. Vijf minuutjes, dan is het gebeurd. Dan gaat-ie lekker barbecueën. De jongens trekken bivakmutsen over hun hoofd. Ze glimlachen naar elkaar.
“Klaar?” vraagt Mo.
“Klaar.”

*

Het is flink afgekoeld, het viertal heeft zich naar de woonkamer verplaatst. Het gesprek gaat over politiek.
“Hij bedoelde alleen criminele Marokkanen,” weet Peter.
Jan vertelt een verhaal van een collega. Diens schoonmoeder is een keer van haar tasje beroofd. “Dat was zo’n Antilliaan, maar het had ook een Marokkaan kunnen zijn,” zegt hij.
De anderen knikken. Ze kennen het verhaal al.

“Toch is het jammer dat Kevin niet is gekomen,” vindt Peter.
Yvon zegt dat het de leeftijd is. Ze knipt de televisie aan. Bij een overval op een juwelier zijn de twee vermoedelijke daders doodgeschoten, leest een blonde vrouw van een blaadje.

“Gerechtigheid,” buldert Peter. Hij haalt zijn telefoon uit zijn zak en opent Facebook.
“Het is het bovenste bericht,” roept hij enthousiast.
Hij typt: “Die vrouw is heel goed bezig vind ik heel knap super !!!”
“Als jullie er nou ook even iets onder schrijven. We moeten een signaal afgeven.”
Wilma denkt even na en tikt dan: “Die vrouw moet een lintje krijgen miss houd het dan een keer op.”

“Ik weet het niet hoor,” zegt Yvon. “Die jongens hebben ook familie.”
“Ach wat!” zegt Jan. “Dat gezeur van jou altijd. Waar staat dat bericht? O, ik zie hem al.”
Met zijn dikke duimen tikt hij de woede van zich af.

“Top! Zo moet da! En de nabestaanden of zo moeten nie zeuren! Dat is gewoon t risico van t vak.”