Wuyts & De Cauwer: allerhande Gent-Wevelgem-readymades van een poëtisch duo

Dingen die hetzelfde blijven
‘De koplopers van het eerste uur zijn de koplopers van het vierde uur.’

Reservebatterij
‘Als er onderweg een probleempje is, beschikt die op de een of andere manier nog wel over een reservebatterij.’

Aanloop naar de Kemmel
‘Die aanloop…’
‘Die aanloop…’
‘Pijn?’
‘Pijn pijn pijn.’

Een zondaggedachte
‘Wat denkt hij nu?’
‘Hij denkt nu: wat voor klojo ben ik nu eigenlijk?’
‘O ja.’

Tante Clothilde
‘Goss.’
‘Dat is Goss.’
‘Een grote fiets.’
‘Oeioeioei.’
‘Een veel te grote fiets.’
‘Oeioeioei.’
‘Die gaat naar boven moeten rijden als Tante Clothilde.’

Gewaagde split
‘Een split, en nog een split. En weer een split. Een grote split. Mocht het een rok zijn: een gewaagde split.’

Over Sylvan Dillier of: Een opdracht van jezelf
‘Mooie inspanning.’
‘Ach.’
‘Geen mooie inspanning? Hij rijdt wel weg.’
‘Da’s zoiets dat je je moet afvragen: waar rijd je naartoe?’
‘Jij zou hem terugfluiten?’
‘Ik zou hem terugfluiten.’
‘Misschien heeft hij een opdracht gekregen.’
‘Van zichzelf dan.’

Pijlen naar niets
‘Dan ben je in goeie doen en dan ga je pijlen verschieten naar niets.’

23
‘Nog altijd maar 23.’
‘De leeftijd is nog altijd relatief jong.’
‘De leeftijd wel.’

Stof
‘Nick Sorensen. En dan een stofwolk.’

Teleurstelling
‘Stannard is inderdaad afgevoerd.’
‘Jammer.’

Glorieuze comeback van het woord “sikkepit”
‘Het valt voor geen sikkepit stil.’

De tijd van toen (voor: de goede verstaander)
‘Grivko was vroeger beter.’
‘Het lijkt wel of ze vroeger allemaal beter waren.’
‘In de tijd van?’
‘In de tijd van toen.’

Wetenschappelijk bewezen
‘Wind, da’s vaak als er een beetje beaufort is.’

Ieper is een lekke band
‘Ieper is een lekke band.’

Beeldspraak
‘Sagan.’
‘Vingers in de neus.’
‘Bij wijze van spreken.’

Stijn Devolder alias
‘Een trein in de Belgische trui.’

Strijd met de tijd
’36.’
’34.’
’33 nu.’
‘En dan opeens 28.’
’27.’
‘Heeft de GPS er ons dan weer ingeluisd?’

Mooie dijen
‘Kijk eens naar die dijen.’
‘Ja.’
‘Enorme dijen.’
‘Jajaja.’

Moeilijke woorden
‘Stijn Devolder verachtert.’
‘Het wordt geen sinecure.’

Zie
‘Zie ze sterven. Zie een paar benen waar het pijn doet. Zie hoe het stof opwuift.’
‘Ik ziet het.’

Verkleinen wat niet verkleind kan
‘Het wordt kantjeboordje.’
‘Het wordt inderdaad kantjeboordje.’

De vraag die ons allemaal bezig hield
‘Kan Tom genoeg trekkracht zetten op zijn gidon? Met die verhakkelde duim?’