Over Dwight Lodeweges en het gemak van verontwaardiging

Gisteren vertrok Dwight Lodeweges als trainer van Cambuur Leeuwarden omdat een groepje vandalen (zzp’ers waarschijnlijk, aangezien ze tijd hebben om op dinsdagochtend rond het stadion te hangen) tamelijk bedreigend door de hoofdingang kwam aanzetten.

De bedoelingen van het trosje halvegaren waren duidelijk.
Het hoofd van de trainer op een schaal, met een klodder mosterd ernaast.
Die trainer vertrekt volgend seizoen naar SC Heerenveen, een club die voor Cambuur-fans synoniem schijnt te zijn met SC Het Kwaad, om het simpele feit dat ze in dezelfde provincie spelen. Dat verschijnsel zou je ‘geografische onverdraagzaamheid’ kunnen noemen, maar hier is meer aan de hand.

Terreur en het zwichten voor terreur
De haat van voetbalsupporters jegens andere clubs (en alles wat met die club te maken heeft, zoals het netnummer van de bepaalde stad, de clubkleuren en de koffiejuffrouw) behoort tot de vele onbegrijpelijkheden van het leven. Ik haat ook wel dingen (slingerende legoblokjes), maar dan is daar vaak een concrete aanleiding (slingerend legoblokje in mijn schoen) voor. Iets haten omdat dat nu eenmaal zo hoort, omdat het traditie is, omdat je denkt dat het zal bijdragen aan je identiteit – iets anders dan geestelijke armoede is het niet.

Na afloop van de vernielingen werd er een persconferentie georganiseerd.
Assistent-trainer Henk de Jong wilde het alleen over de komende wedstrijd hebben. Dat is de ware voetbaltrainer: al waart er een extreem agressief virus over de planeet en dreigen we er binnen een maand allemaal aan te gaan, ook dan zal de voetbaltrainer uitsluitend vragen willen beantwoorden over RKC uit.
Nergens anders dan in het voetbal wordt de toekomst zozeer op een schild van onaantastbaarheid gehesen.
Vooruitkijken omdat om je heen kijken te veel inspanning kost.
Na De Jong kwam Cambuur-directeur Gerald van den Belt.
Hij benadrukte het clubbelang.
Stelde dat er heel veel goede dingen op stapel stonden.
En vond dat Lodeweges gewoon met de bus mee kon.
Een paar uur later was de trainer al vertrokken.
(Of misschien was hij dat al ten tijde van de persconferentie).

Op internet oversteeg de verontwaardiging over de hypocrisie van Van den Belt en consorten die over de agressieve halvezolen. Het toegeven aan de terreur had het in walgelijkheid gewonnen van de terreur zelf.

Van Van den Belt naar Iniesta
Verontwaardiging kost weinig energie. Het onbegrip geldt altijd de nieuwe situatie, nooit de bestaande, die in wezen veel absurder is.
De hypocrisie van Cambuur was vreselijk om aan te zien, maar het achterliggende probleem – dat van een zinderende, uit een gebrek aan sociale hygiëne voortvloeiende haat – was vele malen vreemder.
Iedereen kan zich voorstellen dat hij Gerald van den Belt is. En iedereen zou zich dan standvastiger tonen. Maar hoe word je een clubterrorist, uit liefde voor diezelfde club? Dat begrijpt geen mens.

(Gisteravond, in Camp Nou, kreeg Iniesta na zeventig minuten voetbal de bal, dribbelde een paar seconden in de breedte over het veld, hief zijn hoofd op en zag Neymar wegsprinten. Wat volgde was een van de mooiste passjes aller tijden. Iets met buitenkant voet, biljart en een rilling bij iedereen die het zag. Het was dezelfde sport als waar het die middag in Leeuwarden om was gegaan, maar dat moest je weten om het te zien).