De ochtendetappe

Hij was een normale man. Goed, hij woonde nog bij zijn ouders – tot wederzijdse tevredenheid – en deed ook geen enkele poging aan die situatie iets te veranderen. Als hij eerlijk was, vond hij de dingen goed zoals ze waren.

In de schuur stookte hij jenever die hij bewaarde in grote glazen flessen waar niemand aan mocht komen.
Hij hield van motregen, en van ochtendetappes.
Zijn vader was een wielerfan, volgens zijn vader was wielrennen het leven en het leven was wielrennen. Soms keek hij met zijn vader mee, maar hij kon niet tegen het voortdurend zoemende geluid van de helikopter. Het deed hem teveel denken aan ander gezoem, vervelend gezoem.
Zijn vader begreep dat maar half.
Of eigenlijk helemaal niet.
Er was een uitzondering. (Er zijn altijd uitzonderingen, behalve als het er heel veel zijn, want dan worden ze opeens de regel).
Die uitzondering betrof ochtendetappes. De man was dol op ochtendetappes.

Vaak de een, soms de ander
Vroeger, vertelde zijn vader hem, waren er veel ochtendetappes, maar tegenwoordig niet meer. Tegenwoordig werkten mensen ’s morgens, en was er niemand om naar de ochtendetappe te komen kijken.
En wat zonder publiek gebeurt, gebeurt maar half.
Tegenwoordig was er nog maar een ochtendetappe die op televisie kwam. Een korte rit, die meestal eindigde rond koffietijd. Koffietijd was zijn favoriete tijd van de dag.
De renners sprintten een Belgisch dorp binnen en deden wie het eerst bij de streep was.
Vaak won de een, soms won de ander.
Er stonden veel mensen langs de kant, mensen die niet hoefden te werken, of mensen zoals hij.
Die ochtendetappe behoorde tot de meer gelukkige momenten in het jaar. De andere waren de dag van de eerste herfststorm en nog iets anders, iets wat ieder jaar iets anders was.

Na de ochtendetappe verdween hij in de schuur, tot de lunch. Op de deur stond ‘Verboden toegang voor onbevoegden’. Het hielp: er had nog nooit een onbevoegde geprobeerd binnen te komen.

Meer leuke content? Like ons op Facebook