Het bonobogedrag van voetbalsupporters

Wie een andere baan krijgt en daar blij om is, mag doorgaans op felicitaties van de buitenwereld rekenen. Maar dat is buiten het schorremorrie onder de voetbalfans van de Nederlandse ploeg SC Cambuur gerekend. Toen trainer Dwight Lodeweges maandag bekendmaakte dat hij aan het eind van het seizoen zou overstappen naar rivaal SC Heerenveen, lag hij dinsdag zwaar onder vuur. Het stadion werd bestormd en ‘fans’ eisten het vertrek van Lodeweges, die zelfs op de vlucht moest slaan.

Cambuur was onder leiding van Lodeweges aan een uitstekend seizoen bezig, en de (inmiddels) ex-trainer verbaasde zich over de ophef die is ontstaan na zijn aangekondigde overstap. ‘We waren met iets leuks bezig, we presteerden goed’, zei hij. ‘Iedereen met gezond verstand vraagt zich af: wat is hier in godsnaam gebeurd?’

Nou, mijnheer Lodeweges, ik zal het u vertellen: het gezond verstand van een groot deel van de voetbalsupporters dezer wereld bevindt zich in de blikken bier die ze tijdens een wedstrijd naar binnen gieten, of in hun stembanden wanneer ze tijdens spreekkoren leuzen schreeuwen die ik hier niet eens durf te herhalen, of ter hoogte van hun oksels wanneer ze een aap imiteren als ze een zwarte speler voor schut willen zetten – niet eens beseffend dat zijzelf eigenlijk de apen van het veld zijn.

Voetbal is een spel, zegt men. Dat zou het inderdaad moeten zijn, maar daar beslissen de supporters vaak anders over. Als ik op televisie voetbalfans zie die als misnoegde bonobo’s het stadion verlaten omdat hun ploeg een balletje niet vaak genoeg tussen twee paaltjes heeft weten te trappen, en ze daarna de spelersbus bestormen om voetballers uit te schelden die ze de week voordien bij winst nog als goden bejubelden, dan hoor ik in gedachten de stem van de bekende Britse bioloog David Attenborough. Hij zou een pak voetbalmatchen zonder probleem van een voice-over kunnen voorzien waarin hij ons fijntjes het gedrag van primitieve apenstammen uitlegt.

Jaja, ik weet wel, mannetjesdiertjes moeten ergens hun testosteron kwijt. Maar er is geen enkel valabel excuus voor het feit dat na iedere nederlaag in steden als Rotterdam, Nijmegen of Brussel mensen hun rolluiken beter naar beneden laten omdat sommige supporters de gesimuleerde oorlog tussen twee ploegen op het veld graag in de werkelijkheid willen verder zetten.

Het wangedrag situeert zich bovendien niet enkel naast het veld. Ook spelers, die na hun wedstrijd nochtans graag vertrekken met een Louis Vuitton-tasje onder de arm, blinken steeds vaker uit in agressief gedrag. Zo zal niemand in België de trap vergeten die OH Leuven-speler Bjorn Ruytinx in maart verkocht aan Christophe Diandy van RAEC Mons. Toen Ruytinx een schorsing van drie speeldagen kreeg, begreep hij dat naar eigen zeggen niet. Zijn ploeg ging in beroep, en vrijdag werd bekend dat hij slechts één speeldag effectief geschorst zal worden. Een schande voor een trap die je alleen als crimineel kunt omschrijven, maar Ruytinx is er onder zijn supporters niet minder populair om geworden.

Gisteren was ook Johan Derksen in Pauw & Witteman scherp voor het gedrag van de voetbalfans van Cambuur, en voor dat van veel supporters in het algemeen. Hij noemde het ‘volkomen krankjorum’ dat de Cambuur-aanhang woedend is op Lodeweges omdat hij hen in hun ‘supportershart’ heeft aangetast – en krankjorum is het ook. Wie het woord ‘hart’ hoort, denkt aan gevoelens, maar de gevoelens die voetbalhooligans hebben, bevinden zich vooral ter hoogte van hun onderbuik. Als de leider van de stam, in dit geval Dwight Lodeweges, beslist om elders te gaan werken, richt de haat zich niet langer alleen tegen de stam aan de overkant van de grasmat, maar ook tegen de ‘verrader’.

Voetbal een spel? Yeah, right.