Citymarketing: want elke stad heeft zijn schat

Van ‘I amsterdam’ tot ‘Doesburg, een warm bad’, de lekker-weg-in eigen-land-industrie wordt in rap tempo volwassen. Welkom in de wereld van stadsmarketeers, wellnessbungalows, gastheerschap en koesafari’s. Plus: de leukste én lulligste leuzen.

Eén koe. Eén rode koe graast onder rossige wolken. Zonder op of om te kijken. De rest van de kudde is aan het oog onttrokken. Misschien staan ze daar bij de Vecht, wijst Simone Jansen, waar ze drinken. Ze hebben het weleens gehad dat er een stier naar de overkant was gezwommen. Die speelde in eigen kudde weinig klaar, maar aan de overkant des te meer. De ‘brandrode’ koeien van Simone Jansen en haar man René lopen het hele jaar buiten. ‘Jaarrondbeweiding’ heet dat. In de zomer neemt Simone toeristen met een huifkar achter haar kleine tractor mee om naar de koeien te kijken. Kijken, niet aaien. Dat mag niet met deze wilde grazers. Voor haar koesafari kreeg Jansen de prijs voor het innovatiefste uitje van 2012. Nu is het voorjaar net begonnen en hebben de koeien nog toeristenvrij.

‘De boer als gastheer’ is een bekend concept in het Vechtdal bij Zwolle, waar Ommen, Dalfsen en Hardenberg aan de Vecht liggen. In een kalm plattelandslandschap van boerderijen met rieten daken, hooibergen, en hier en daar een afgedekt aspergeveld. Het Vechtdal is een toeristisch gebied. Overal wijzen bruine en groene en witte bordjes naar van alles en nog wat. Hier kun je kanoën, lasergamen, solexen, tuktukken, een bezoekje brengen aan de bierbrouwerij, de wijngaard, de aspergekweker, de vrije uitloopkippenboer, boerenschnitzel eten bij het roode hert. En meer.

Er was eens een staatssecretaris van economische zaken die zich een paar jaar terug – de crisis was net aan het warmdraaien – in De Wereld Draait Door sterk maakte voor het binnenlands toerisme. Als we nou allemaal in eigen land op vakantie gingen, zou dat goed zijn voor de worstelende economie. het was een wat lacherig optreden, vriendelijk gezegd. Frank Heemskerk was zelf helemaal niet van plan om in Nederland te blijven. Hij keek wel uit. Ja, een weekje Terschelling in de meivakantie. Misschien.

Dat stuntelige kenmerkt de binnenlandse vrijetijdsindustrie. Want hoewel er jaarlijks 2,9 miljard euro in omgaat en er per jaar 17,5 miljoen binnenlandse vakanties worden geboekt, lijkt dat soms nauwelijks doorgedrongen tot hogere en lagere overheden. Bij gemeenten is toerisme vaak ondergebracht in de softe hoek, samen met sport en maatschappelijke zaken en in handen van ijverige wethouders die eigen-stadje-eerst spelen. Woerden wil Woerden op de kaart zetten, Wellerlooi wil Wellerlooi op de kaart zetten, Raalte wil Raalte op de kaart zetten en Kampen kijkt afgunstig naar de Zutphener Stadsfeesten en de Donderdag Meppeldagen.

Kampen wil ook weleens wat – misschien een goeie slogan? Wethouders dromen ook graag groot. Ze denken dat met wat wegwijzers en een nieuwe slogan het aantal over- nachtingen in hun gemeente gegarandeerd zal verdubbelen. Het sloganisme rules. Laatst nog in Doesburg, waar de GroenLinks-fractie pleitte voor de leus ‘Doesburg, een warm bad’. “Behalve de woordspeling (does en bad) spreekt daar ook een gevoel uit van een stukje welbevinden,” vond GroenLinks.

Het bad van Doesburg is nog maar één voorbeeld. Hier een greep uit de lange lijst leuzen waarmee gemeenten en regio’s zichzelf in de kijker proberen te spelen:
Heusden-Zolder, inspireert van H tot Z
Gelderland levert je mooie streken
Tilburg, je bent er
Ik geef je de Achterhoek
Helemaal Hengelo
Zondermeer Zonhoven
Vorselaar, verrassend natuurlijk

Meer slogans vindt in u in het artikel van Mirjam Bosgraaf over citymarketing dat u kunt lezen in het nieuwe magazine van HP/De Tijd. Bekijk hier de overige onderwerpen, of sluit hier een voordelig (proef)abonnement af.

Meer leuke content? Like ons op Facebook