Tussen Hollanders en Hongaren. Politiek theater van Opstelten tot Orbán

De frisse studentenleider Viktor Orbán die ik in 1989 in Budapest leerde kennen is nu een machtspoliticus. Die kennen wij ook, zoals Ivo Opstelten. Wat is het verschil?

Dit was voor mij het weekend van de Hongaarse verkiezingen. Terwijl de Westerse pers de staf breekt over de winnende Orbán en zijn nationalistisch-christelijke partij Fidezs, probeer ik familie en kennissen ter plekke die op hem stemmen te begrijpen. Waarom kiezen ze de ‘Victator’ met overtuiging weer als premier?

Van de geslaagde marketeer tot aan de bejaarde schoonmoeder; ze verdedigen hun leider feller naarmate de kritiek van buiten aanzwelt. Destijds liepen ze weg met hun linksige leider van studentenbeweging Fidesz. Nu pakt hij hen in met verdediging van hun gevestigde belangen tegen allerhande zelfbenoemde dreigingen.

Waarom konden we het vroeger tot diep in zomerse nachten buiten gezeten rond de pálinka eens worden over de verwerpelijkheid maar ook de prettige kanten van de milde socialistische dictatuur? En verzandt nu het debat in plattitudes over deze noodzaak van deze Fidesz-regering? Die de economie weer ‘in eigen handen’ neemt en toestaat dat socialisten, liberalen (‘joden’) en zigeuners hun plaats wordt gewezen?

Het is, vrees ik, de historische onvermijdelijkheid van het politieke theater. Op afstand van het land waar ik zo veel van hou, waar het fantastische Budapest afleidt met oogverblindende schoonheid van vrouwen en gebouwen, is het makkelijker veroordelen. En te Budapest is het eenvoudiger het theater Nederland en de onvermijdelijkheid van onze geschiedenis onder ogen te zien.

Hongarije geeft drie miljoen ex-Hongaren rechten en verkettert de miljoen zigeuners. Zigeuners = Marokkanen; te vaak crimineel. Bij een vijfde van de Hongaarse kiezers gingen via de neo-Nazi’s van Jobbik in één adem joden over de kling, wat de filosemiet Wilders nog nalaat.

Ook xenofobie scoort, in het Hongaarse en in het Hollandse theater, waar angst de roep om veiligheid en geborgenheid voedt. Orbán voorziet erin voor de Hongaren, Opstelten bij ons. Verschilt Ivo zoveel van Viktor, of is het net als met het nageslacht van beide vaders (vier om vijf kinderen) een gering verschil? Ivo bracht ons Rutte I, omdat de economie het vroeg en er macht uitgeoefend moest worden. Voorkomen ze erger of maken ze juist slim gebruik van gradaties van xenobie en behoudzucht?

Ons theater toont komende week de poging om Ivo Opstelten aan het spit te rijgen. Hij dreigt te sneuvelen omdat hij na talloze zachte verdraaiingen, nu over een paar miljoen echt gejokt zou hebben. Of dat laatste erger is dan het eerste!

Acteren en manipuleren, wie de kunsten verstaat, wint het volk voor zich. We zijn hooguit marionetten in de loop van de cultuurgeschiedenis. In Hongarije een milde dictatuur, in Nederland eeuwige onrust en Hoekse twisten.

Als ik moet kiezen: doe mij maar Opstelten, als een strenge vader met de dictie van Ko van Dijk. Maar dat komt eerder omdat ik in deze cultuur met dit theater ben grootgebracht dan door de relatieve verschillen met volksmenner Orbán die geknipt is voor het sentimentele Hongaarse theater.