Retour Wout Poels

De renner rijdt.

Zijn lange, dunne benen malen een klein verzetje rond.
Sneller, steeds sneller.
Achter hem: de anderen. Favorieten.
Opgepompte Spanjaarden. Vaste klanten van het verdachtenbankje.
Ze kijken naar elkaar.
En de benen van de renner malen maar.
Kan het nog rapper?
Ja.
Nog een kilometer tot de top.
Hij is alleen nu. De hemel kan omlaag vallen, hij rijdt door.
Nog achthonderd meter.
Nog zeshonderd.
En nog altijd: alleen.
Alsof de anderen zijn afgestapt. Wat niet zo is.
‘Hij gaat het halen,’ roept de commentator. ‘Hij heeft hem!’
‘Kom op, Woutje!’ gromt de co-commentator.
De co-commentator mag Woutje zeggen.

De afdaling. Steil.
Bochten als scharen.
Scheef hangend. Tegen een leuning die er niet is.
De vaste camera neemt een bocht in beeld.
Een bocht waar de renner maar niet uit tevoorschijn wil komen.
Even denk je: hij ligt weer.
In de hekken en de kreukels.
De gedachte duurt 1.6 seconde.
Dan: daar is hij.
Hij heeft hem. Kan niet anders.
Nog honderd meter.
Flauw bochtje nog.
Ja?
Hij gaat rechtop zitten.
Het shirt recht, de sponsor verguld.
En dan: achter hem: Spaanse furie.
God, wat rijden ze hard.
Zo dichtbij komen ze, als 3D-dinosaurussen die uit het bioscoopscherm gesprongen komen.
Heeft hij hem?
Ja.
God, ja. Hij heeft hem.
Woutje…
Woutje!
Hoe mooi. Hoe prachtig. Hoe gegund.
Zelfs zij die verliezen, zijn op de een of andere manier blij.
Voor hem.
Wie niet een ietsiepietsie ontroerd is, heeft geen hart, maar een kassei.
En moet dringend de film ReTour kijken.
Misschien blijft het hierbij.
Misschien is het de opmaat tot god-weet-wat.
Wat kan het schelen, voor nu.
Even, heel even, is de wereld af.