De Groningse koning van Rio’s sloppenwijken: “De levensdrang hier is besmettelijk”

Zelfs drugsbazen hebben respect voor de Nanko van Buuren.

Het verhaal van de Groninger is duizelingwekkend en ik ontmoette hem vier jaar geleden in Rio de Janeiro. Nanko is oprichter van stichting IBISS, een hulpverleningsorganisatie die zich al twintig jaar inzet in de favela`s, de sloppenwijken van Rio de Janeiro. Zijn doel: kinderen en jongeren uit de drugshandel halen en op het rechte pad krijgen. Nanki nam mij mee naar favela Villa Cruzeiro, waar hij werd verwelkomd als vader en vriend. Kinderen renden op hem af, hingen om zijn nek. Gevaarlijk uitziende jongens met automatische geweren schudden hem lachend de hand en maakten een praatje.

Nu, met het WK voetbal op de stoep en het ‘pacificeren’ van de sloppenwijken, moest ik weer denken aan Nanko (1950) en zijn ongelooflijke levensverhaal waar je kippenvel van krijgt. Dit interview is in 2010 (deels) gepubliceerd in Zin Magazine.

Hoe kom je hier in Rio terecht?
“Ik werd gevraagd door een Nederlandse organisatie, die in Rio veel geld investeerde in straatkinderwerk. Of ik een maandje naar Brazilië wilde gaan. Ze wilden weten wat ik van hun werkwijze vond. In de favela’s zag ik straatwerkers met goede, vernieuwende ideeën om de levenssituatie daar te verbeteren. Maar óf de kerk lag dwars óf het stadsbestuur wilde niet meewerken. De organisatie vroeg mij een jaartje te blijven om een trainingscentrum voor kadervorming en jongerenwerkers op te zetten. Daarnaast wilde ik een organisatie waarmee geëxperimenteerd mocht worden. Zo heb ik met acht man IBISS opgericht. Ik dacht voor een tijdje, maar ben hier nu al twintig jaar.”

Je haalt jongeren uit de drugshandel om ze weer op het rechte pad te krijgen. Maar hoe zorg je ervoor dat ze niet door de drugsmaffia als verraders worden vermoord?
“IBISS is de brug tussen de drugsmaffia en de regering. Je kunt niet zomaar uit de maffia stappen. Als er met een maffiabaas niet goed wordt onderhandeld, krijgt de ‘ex-soldado’ een kogel in zijn rug. Je moet goede afspraken maken. Ook onderhandelen wij met het Openbaar Ministerie over voorwaardelijke seponeringen. Als de jongens anderhalf jaar niet in contact komen met de politie, is het OM bereid hun zaak te seponeren. Dit programma loopt heel erg goed.”

Hoe kom jij als Groninger in contact met drugsbazen?
“Mijn kantoor is de lokale bar, beetje hangen, zorgen dat je gesprekken op gang krijgt. Na een tijdje komt de drugsbaas even in de bar kijken. Wie is die man in mijn wijk? Dan is het zaak om vertrouwen op te bouwen.”

Klinkt als gevaarlijk werk, op de scheidslijn tussen maffia en politie.
“Het linke is dat de politie zo af en toe de lijsten van de voorwaardelijke seponeringen
onder ogen krijgt. Een van de jongens had inmiddels een leuke baan. Op een avond was hij met collega’s in een bar, toen de politie hem herkende en arresteerde. Ze hebben hem voor drieduizend reaal (zo’n 1300 euro) aan een concurrerende bende verkocht. Later aan flarden gesneden, terug gevonden. Ik was er drie dagen kapot van. Daarna dacht ik wel: waar ben ik mee bezig? Waar doen we het voor?”

Wat doet al die ellende met jou persoonlijk?
“Ik zie zoveel dingen om mij heen die wél goed gaan. Jongeren die eruit komen, gaan studeren, leuke banen krijgen. Dat geeft mij positieve energie. Dat heb je nodig ter compensatie.”

Heeft dit werk jou veranderd?
“Voordat ik vertrok, had ik de ziekte van Hodgkin met alle chemo`s, bestralingen en beenmergtransplantaties. Volgens de artsen nog drie maanden te leven. Maar eenmaal aan het werk in de favela`s, was ik op een gegeven moment genezen, zonder aanwijsbare reden. Een vriendin zei eens: ‘jij kunt nog niet dood, je bent hier veel te hard nodig.'”

Geloof je erin dat het jouw tijd niet was?
“Als je twintig jaar lang gemiddeld drie keer per week tussen de rondvliegende kogels loopt en niet wordt geraakt, dan zal het wel niet de bedoeling zijn. Ik ben in de favela verschillende keren door corrupte politie uit mijn auto gesleept. Op mijn knieën gedwongen voor een nekschot. Alle keren ben ik door de jongens van de favela gered.”

Je werkt nog steeds met gevaar voor eigen leven, waarom?
“De sloppenwijken hebben iets magisch, een bron van leven en gezelligheid. Er hangt een ontzettend positieve sfeer. Het is een misvatting dat het in een sloppenwijk alleen maar dieptrieste ellende zou zijn. Natuurlijk, als de politie arriveert en er wordt van alle
kanten geschoten, is het ellende. Maar het leven gaat weer door. Die enorme levensdrang is besmettelijk.”

Probeer jij altijd het mooie in mensen te zien?
“Ja, dat is ook de reden dat ik met drugshandelaren kan omgaan. Als je je kunt concentreren op hun positieve kant, spreek je andere dingen in hen aan. Als je weet wat al die jongens die inmiddels uit de maffia zijn gestapt, hebben uitgespookt! Die twee werelden lijken wel niets met elkaar te maken te hebben.”

Wat is je drijfveer?
“Onrecht. Een maatschappij kan het niet maken om mensen uit te sluiten. Je kunt mensen niet in getto’s wegstoppen. Dat moet een keer ophouden! Er worden letterlijk muren om de sloppenwijken heen gezet. Daar maak ik mij heel kwaad over.”

Je grote trots is je geadopteerde zoon.
“Mijn zoon Juninho (28) is heel belangrijk voor mij. Wij hebben hem geadopteerd toen hij elf was. Een jochie uit een sloppenwijk dat niet sprak. Met oogcontact en non-verbale communicatie, begon hij na een jaar voor het eerst tegen mij te praten. Toen bleek dat hij op zijn zesde door de politie was gedwongen zijn eigen vader dood te schieten. Ze hadden zijn vingertje genomen en op de trekker gelegd. Daarna heeft hij niet meer gesproken. Als je hem nu ziet, zo’n leuke competitieve vent. Hij heeft sportacademie gedaan, Letteren gestudeerd en is vader van mijn twee kleinkinderen Yann (Jantje) van bijna twee en de pasgeboren Lara.”

Wie is Nanko?
Nanko van Buuren (1950, Groningen) studeerde anti-psychiatrische wetenschappen in Italië. Hij ontwikkelde alternatieve hulpverlening binnen TBS-settingen, was de grondlegger van “Randgroepenwerk, een Integrale Aanpak” en ontwikkelde in het Pieter Baan Centrum het programma: alternatieve hulpverlening. Vervolgens zette hij dit programma op in Amsterdam en werd gevraagd hetzelfde te doen in de sloppenwijken van Rio de Janeiro in Brazilië. Daar startte hij de stichting IBISS (Braziliaans Instituut voor Innovatie in de Sociale Gezondheidszorg) en keerde niet meer terug naar Nederland. In 2009 werd hij geridderd tot Officier in de Orde van Oranje Nassau.

Doneren
Stichting IBISS heeft talloze lopende projecten in de sloppenwijken van Rio de Janeiro. Donaties zijn van harte welkom. Ook is het mogelijk je erfenis na te laten aan IBISS. Voor meer informatie over Nanko`s stichting IBISS, surf naar de website www.ibiss.info

Volg de avonturen van reisjournalist Iris Hannema (1985) op Twitter: @irishannema. Als blogger van National Geographic reist zij als Digital Nomad (@waarisiris) de wereld over. Haar rauwe, geestige reisavonturen zijn te lezen in ‘Miss yellow hair, hello!’ (De Arbeiderspers) en ligt nu in de winkel.

Meer leuke content? Like ons op Facebook