Ja hoor, man, praat maar. Wij vrouwen knikken wel mee

Het woord van de dag is ‘mansplaining’, dankzij dit stuk van Lynn Berger op De Correspondent. Mansplaining verwijst naar het fenomeen dat een man een vrouw iets uitlegt waarvan hij denkt dat zij het vast niet snapt of weet, terwijl ze het vaak wel weet. Mannen doen dat namelijk, en vrouwen laten hen hun gang gaan.

Het woord komt uit een essay uit 2008 van de Amerikaanse schrijfster Rebecca Solnit en is sindsdien ingeburgerd in de Engelse taal; het heeft zelfs een eigen Wikipedia-pagina. Afgelopen week was ik op een bijeenkomst waar zich voor mijn ogen een sterk staaltje mansplaining voltrok.

Dertien vrouwen en een man
De bijeenkomst was een door ouders in het leven geroepen vergadering over school. De aanwezigen waren veertien intelligente, grappige, hoogopgeleide mensen met creatieve beroepen, veertien mensen bovendien die allemaal gebaat waren bij een goede uitkomst van deze vergadering. Dertien vrouwen en één man. Naarmate het gesprek vorderde en de punten werden afgewerkt, kwam de enige man in het gezelschap steeds vaker en langer aan het woord. Ook liet hij zich steeds minder makkelijk onderbreken. Zijn mening en zijn ervaring over het gespreksonderwerp diende uitvoerig te worden uitgelegd. Toen iemand een grapje maakte over wat hij zei, kreeg zij een sneer.

Het gekke was eigenlijk niet dat de man praatte, of zelfs die sneer uitdeelde. Het gekke was dat behalve die grappenmaakster niemand hem onderbrak. Of uitlachte (om die sneer). Of iets er tegenin bracht.
Terwijl de man maar praatte en praatte, wierpen de vrouwen elkaar veelbetekenende blikken toe. We wisten allemáál dat hij veel te veel aan het woord was.
Toen ik het echt irritant begon te vinden, deed ik een halfbakken poging tegen zijn betoog in te gaan. Een paar andere vrouwen deden ook een halfbakken poging. Niemand slaagde. Het was blijkbaar makkelijker, minder vermoeiend, om hem maar uit te laten praten. Het was alsof we het er maar bij lieten zitten, alsof we allemaal dachten: ach, laat hem maar.
Voorbeeldje: hij legde deze vrouwen die, zoals gezegd allemaal een creatief beroep hadden en van wie de helft een creatieve opleiding had gevolgd, uit wat ‘creativiteit’ betekent. Ik vermoed dat niemand het met zijn uitleg eens was, of zelfs maar naar hem luisterde, maar we lieten hem gewoon doorpraten.

Meeknikken
Ik vond het stuitend, vooral van mezelf. (Misschien vonden de anderen dat ook, vooral van zichzelf.) Ben ik volwassen geworden, heb ik gestudeerd, gewerkt en mezelf altijd als geëmancipeerde vrouw beschouwd om me bij de eerste de beste gelegenheid zo gemakkelijk te laten mansplainen?
Het was zo subtiel gegaan. Zo natuurlijk.
Zoals dat óók gaat als er iets voor je ogen gebeurt, of dat een gesprek waarin je verwikkeld bent een bepaalde kant opgaat en je achteráf pas denkt: had ik maar dit of dat gedaan, had ik maar zus of zo gezegd.
Op het moment zélf ben je een bijna automatisch handelend pionnetje. Dat vriendelijk meeknikt. Niet per se omdat je het ermee ééns bent, maar omdat de situatie dat van je verlangt. Zoals zo’n autohondje gezellig meeknikt met elke hobbel in de weg.

Ik denk dat de vrouwelijke reactie op mansplaining vaak datzelfde meeknikken is. Niet alleen meeknikken, maar meeknikken zonder dat je het eens bent met wat er gezegd wordt, zonder dat het je zelfs maar iets interesseert.
Ja, praat maar. Ik dwaal in gedachten af, maar dat zie jij toch niet.
Zoals vrouwen seks kunnen hebben met een man omdat ze weten dat hij daar behoefte aan heeft en hij daar dan vrolijker van wordt, terwijl ze er zelf op dat moment geen zin in hebben.
Ja hoor, leg het me maar uit. Dan voel jij je meer man.
Ben je klaar? O, fijn.
Dan kan ik nu weer iets interessants gaan doen.